Folder
Bloedtransfusie bij een operatie of behandeling
Donorbloed krijgen
U of uw kind krijgt binnenkort een operatie of behandeling in het Maastricht UMC+. Mogelijk is het nodig om tijdens de operatie of behandeling bloed te krijgen. Dit heet een bloedtransfusie. In deze folder leest u meer hierover.
Wat is een bloedtransfusie?
Bij een bloedtransfusie krijgt u rode bloedcellen, bloedplaatjes of plasma direct in uw aderen. Dit bloed komt meestal van iemand anders: een bloeddonor. Soms is het eigen bloed.
Waarom een bloedtransfusie?
Een bloedtransfusie is nodig:
• bij bloedarmoede
• bij te weinig bloedplaatjes (trombocyten) en plasma
Deze problemen kunnen er al zijn, maar kunnen ook ontstaan tijdens een operatie of behandeling.
Alleen met uw toestemming
De arts vraagt altijd eerst uw toestemming voor een bloedtransfusie. Als u geen bloedtransfusie wilt, krijgt u geen bloedtransfusie. Behalve soms in noodgevallen.
De arts legt duidelijk uit:
• Waarom u een bloedtransfusie nodig heeft.
• Wat de risico's van een bloedtransfusie zijn.
• Wat de risico’s zijn als u geen bloedtransfusie krijgt.
• Welke andere behandelingen misschien mogelijk zijn in plaats van een bloedtransfusie.
• Of een bloedtransfusie met uw eigen bloed nodig is.
U mag dus weigeren. Bedenk wel dat er niet altijd andere mogelijkheden zijn. En dat een bloedtransfusie vaak een leven kan redden.
Hoe veilig is een bloedtransfusie?
Het bloed dat u krijgt komt van de bloedbank, Sanquin. Mensen tussen de 18 en 80 jaar geven bloed aan de bloedbank. Zij doen dat vrijwillig. Ze krijgen er niet voor betaald.
Niet iedereen mag bloed geven. Eerst wordt getest of ze bloed mogen doneren. En bij iedere keer dat een donor bloed geeft, wordt het bloed getest. Sanquin test of in hun bloed bepaalde ziekten zitten die iemand anders via dat bloed kan krijgen.
Toch blijft er een kleine kans op besmetting.
• De donor is pas net besmet. De ziekte of het virus is nog niet te zien in de bloedtest.
• Er zit maar weinig virus in het bloed. Het virus is nog niet te zien in de bloedtest.
• Er zit een virus in het bloed dat we nog niet kennen en waarop niet wordt getest.
• Er zijn ziektes waarvoor nog geen testen bestaan.
Op de website van Sanquin vindt u meer informatie over bloedtesten.
Bloedgroepcontrole
U kunt niet van iedereen bloed krijgen. Het hangt af van de bloedgroep van de bloeddonor. Het is belangrijk dat het donorbloed bij u past.
• Wij nemen bloed bij u af.
• We controleren welke bloedgroep en rhesusfactor u heeft.
• We controleren ook of u antistoffen tegen bloedcellen in uw bloed heeft.
Ons transfusielaboratorium controleert verder of er eerder antistoffen in uw bloed zijn gevonden. Dit doen we in het landelijke systeem TRIX. De informatie in dit systeem komt uit de laboratoria van ziekenhuizen en Sanquin. Wanneer wij uw bloed afnemen en we vinden antistoffen in uw bloed , komt de informatie over uw bloed ook in TRIX te staan. Wij informeren u hierover middels het toesturen van een brief. U kunt bezwaar maken tegen de registratie in TRIX. Dit kunt u doen door telefonisch contact op te nemen met de vermelde contacten in de brief. Wij raden u aan om wel akkoord te gaan. Alle ziekenhuizen in Nederland zijn aangesloten bij TRIX. Registratie van uw antistoffen helpt de laboratoria snel passend bloed te vinden.
Op de website van Sanquin (www.sanquin.nl/) vindt u meer informatie.
De bloedtransfusie
Vlak voordat u de bloedtransfusie krijgt, controleert de verpleegkundige uw gegevens met de gegevens van het donorbloed. Om zeker te weten dat dit bloed voor u is bedoeld. Als dit het juiste bloed is, krijgt u een infuus in uw onderarm. Via dit infuus krijgt u het donorbloed.
De duur van de bloedtransfusie wisselt:
• een zakje rode bloedcellen duurt 1 tot 2 uur
• een zakje bloedplaatjes duurt 15 tot 30 minuten
• een zakje plasma duurt ongeveer 30 minuten
Tijdens de bloedtransfusie controleert de verpleegkundige regelmatig uw pols, bloeddruk en temperatuur. Dit is om te controleren of u bijwerkingen krijgt.
Bijwerkingen van de bloedtransfusie
Op deze verschillende manieren worden risico’s van een bloedtransfusie zo klein mogelijk gemaakt. Toch blijven er risico's bestaan:
Allergische reactie
Symptomen zijn koorts, koude rillingen, rode huid, jeuk en/of galbulten. Deze allergische reacties zijn goed te behandelen met medicijnen.
Afweerreactie
Uw lichaam maakt antistoffen tegen andermans bloedcellen. U kunt koorts krijgen die goed te behandelen is met medicijnen. Het kan ook zijn dat uw lichaam antistoffen maakt tegen bloedcellen van een bepaalde bloedgroep. Dan krijgt u een transfusiekaartje waarop de antistof vermeld staat. Dit moet u bij een volgende bloedtransfusie altijd aan uw arts laten zien.
Vocht vasthouden
Als u veel bloed in korte tijd krijgt, kan uw lichaam vocht gaan vasthouden. Dit is goed te behandelen met medicijnen.
Te veel ijzer in uw lichaam
Krijgt u regelmatig bloedtransfusies? Dan kan het gebeuren dat u teveel ijzer in uw lichaam krijgt. Dit noemen we stapeling van ijzer. Hierdoor kan er schade ontstaan aan organen. Om ervoor te zorgen dat er geen schade ontstaat, kunt u medicijnenkrijgen.
Waar moet u op letten?
• koorts
• koude rillingen
• roodheid van de huid
• huiduitslag
• galbulten
• andere symptomen, zoals jeuk en donkere (plas) urine
Heeft u tijdens de bloedtransfusie een van deze reacties? Meld dit dan aan de verpleegkundige.
Krijgt u thuis klachten? Neem dan contact op met het ziekenhuis. Van maandag tot en met vrijdag binnen kantooruren met de afdeling waar u de bloedtransfusie heeft ontvangen. Buiten kantooruren met de Spoed Eisende Hulp. Meer informatie vindt u in het contactblok onderaan de folder.
Een bloedtransfusie met uw eigen bloed
Heel soms wordt er geen passend bloed gevonden. Dan is het nodig om eigen bloed te gebruiken. Wanneer hier sprake van is zal uw arts dit met u bespreken. Dit kan alleen als u aan bepaalde voorwaarden voldoet.
Er zijn verschillende methodes voor een bloedtransfusie met eigen bloed:
Een maand vooraf bloed afnemen
Een maand voor uw operatie of behandeling bezoekt u een paar keer de bloedbank. Bij elk bezoek nemen ze een halve liter bloed af. Tijdens de operatie of kort daarna krijgt u dit eigen bloed weer terug.
Tijdens de operatie bloed afnemen
Bij operaties met veel bloedverlies kan het bloed uit de wond worden opgezogen. Dit gebeurt met een speciaal apparaat. Dit bloed krijgt u weer terug. Operaties met veel bloedverlies zijn bijvoorbeeld vaatoperaties.
Informatie voor bloedtransfusies bij kinderen
Sanquin heeft verschillende folders over bloedtransfusies bij kinderen. Kijk op de website van Sanquin bij Patiëntenfolders (www.sanquin.nl/zorgprofessionals/advies-en-diensten/patientenfolders) voor meer informatie.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
- Bloedtransfusiedienst
Telefoonnummer: 043 - 387 4796 (+31433874796) - Behandelcentrum Oncologie en Hematologische aandoeningen
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 13.00 uur:
Telefoonnummer: 043-387 42 50 (+31433874250) - Verpleegafdeling A5
Telefoonnummer:043-387 65 10 (+31433876510) of
Telefoonnummer: 043-387 45 10 (+31433874510) - Spoedeisende hulp (SEH)
Na 17.00 uur en in het weekend:
Telefoonnummer: 043 387 67 00 (+31433876700)
Website
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond idee (gezondidee.mumc.nl/)
- Bloedtransfusie (www.sanquin.nl/bloed-krijgen/bloedtransfusie)