Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Epilepsie: Chirurgische verwijdering van de slaapkwab

Chirurgische verwijdering van de slaapkwab

Slaapkwab-epilepsie (temporale epilepsie) is een veel voorkomende vorm van epilepsie. Deze ontstaat in de slaapkwab (zie afbeelding 1). Bij ongeveer een derde van de patiënten met deze vorm van epilepsie helpen medicijnen niet afdoende of is er sprake van onacceptabele bijwerkingen van medicatie.
Een hersenoperatie, waarbij (een deel van) de slaapkwab verwijderd wordt, kan voor deze patiënten een oplossing zijn om aanvalsvrij te worden of de ernst van de aanvallen te verminderen. Om te bepalen of een operatie mogelijk is, heeft u een uitgebreid traject doorlopen.

Zijaanzicht van de hersenen
zijaanzicht van de rechter zijde

Polibezoek voor de operatie

Ter bespreking van de operatie wordt u tevoren door de neurochirurg gezien samen met de verpleegkundig specialist. Bij kinderen zal tevens een kinderneuroloog aansluiten. Zij bespreken met u welk type operatie plaats gaat vinden evenals het doel, de risico's en de gang van zaken na de operatie. Belangrijk voor u om te weten is dat er drie epilepsiechirurgen zijn en dat de neurochirurg die u op de polikliniek ziet, niet degene hoeft te zijn die u opereert. Bij volwassenen wordt op de dag van het poliklinisch bezoek aanvullend onderzoek verricht, zoals een MRI-scan van het hoofd, oogonderzoek of indien nodig stollingsonderzoek (bij depakine gebruik).

Aangezien wij het belangrijk vinden dat kinderen en ouders goed zijn voorbereid op deze ingreep wordt er bij kinderen tevens een afspraak gepland bij de kinderpsycholoog en het pedagogisch team. Wij streven ernaar om dit op eenzelfde dag te plannen, echter is het soms noodzakelijk om hiervoor een tweede afspraak te plannen. Tijdens het poliklinisch bezoek maken we een inschatting of een MRI van het hoofd al dan niet met narcose verricht dient te worden. De MRI onder narcose vindt op een andere dag plaats.  

 

 

De operatie

Eén dag voor de operatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling neurologie/neurochirurgie van het Maastricht UMC+. Kinderen worden opgenomen op de kinderafdeling (B2). Belangrijk is dat één ouder dag en nacht bij het kind mag verblijven. Vaak komt de neurochirurg die u opereert de dag voor de operatie nog langs, maar dit lukt niet altijd. Het is belangrijk om eventuele vragen die u nog heeft over de operatie tijdens het poliklinisch bezoek te stellen. Mochten er nadien nog vragen of onduidelijkheden kunt u telefonisch contact opnemen.

De avond voor de operatie dient u uw haren te wassen met een speciale shampoo die u van de verpleging krijgt. Als het nodig is wordt er eventueel een bloedprik verricht. Vanaf 24.00 uur mag u niets meer eten en drinken. In de ochtend neemt u uw epilepsie medicijnen en eventuele andere medicijnen met een slok water. Het is dus belangrijk dat u uw thuismedicatie meebrengt naar het ziekenhuis. 

Vier typen slaapkwab operaties 

De meeste mensen hebben één dominante hersenhelft. Dit betekent dat belangrijke functies om dagelijks te functioneren - zoals taal, spraak en begrip – in die hersenhelft gelegen zijn. Voor de operatie is het belangrijk te weten welke hersenhelft dominant is zodat deze functies intact blijven. Bij de meeste mensen is de linker helft dominant.

 

 

Aan welke zijde bij u (een deel van) de slaapkwab verwijderd moet worden, is afhankelijk van de plaats waar bij u de epileptische aanvallen ontstaan. De hoeveelheid weefsel van de slaapkwab die we verwijderen, hangt eveneens af van de plaats van ontstaan.

Er zijn 4 typen operaties van de slaapkwab:

1. Standaard slaapkwaboperatie: bij een ‘standaard’ slaapkwab-operatie aan de dominante zijde wordt minder hersenweefsel weggenomen dan aan de niet-dominante zijde. Dit om te voorkomen dat de bovengenoemde belangrijke functies niet beschadigd raken.  Aan de dominante zijde kan maximaal 4 tot 4,5 centimeter worden verwijderd (zie afbeelding 2). Dit om te voorkomen dat  belangrijke functies, zoals taal niet beschadigd raken. 
Bij een ‘standaard’ operatie aan de niet-dominante zijde kan 5 tot 5,5 cm worden weggehaald (zie afbeelding 3). In beide gevallen wordt zowel het buitenste als het binnenste deel van de slaapkwab (de zogenaamde hippocampus en een deel van de amandelkern (= amygdala) ) verwijderd.
Deze ingreep gebeurt altijd onder volledige narcose.

2. Maximale slaapkwabperatie:  soms is een ruimere verwijdering van de slaapkwab nodig, een zogenaamde ‘maximale’ slaapkwaboperatie. Dit gebeurt als de epilepsie-bron verder naar achteren zit in de slaapkwab. Er wordt dan tussen de 5 en 9 centimeter verwijderd.
Een ‘maximale’ verwijdering aan de niet-dominante zijde van de hersenen wordt onder volledige narcose uitgevoerd.
Een volledige narcose kan plaatsvinden omdat zich in deze hersenkwab geen belangrijke hersenfuncties bevinden zoals taal/spraak of taal/begrip. Als een ‘maximale’ verwijdering aan de dominante zijde moet plaatsvinden, wordt er wel geopereerd in de buurt van deze belangrijke hersengebieden. De operatie wordt dan niet onder volledige narcose uitgevoerd. U krijgt dan een plaatselijke verdoving en u bent tijdens een belangrijk deel van de operatie, of de gehele operatie, wakker.  Een ‘wakkere operatie’ noemen we een “Penfield procedure”. Ook voor deze ingreep geldt dat zowel het buitenste als het binnenste deel van de slaapkwab (de zogenaamde hippocampus en een deel van de amandelkern (= amygdala)) verwijderd wordt.

Het doel van deze ‘wakkere’ ingreep is zo veel mogelijk weefsel te verwijderen om de kans op aanvalsvrijheid zo groot mogelijk te maken. Tegelijkertijd moet het risico op neurologische uitval - zoals spraak- of taalstoornissen - zo klein mogelijk blijven. Tijdens de operatie worden verschillende delen van de hersenschors elektrisch gestimuleerd, terwijl de neuropsycholoog testen met u uitvoert. Op deze manier kunnen we zien waar welke functies zich in dit hersengebied bevinden. Tijdens deze stimulatie kan het zijn dat u iets voelt zoals tintelingen in een arm of been aan de andere zijde dan waaraan u geopereerd wordt. Deze verdwijnen meteen na het stoppen van de stimulatie.
U blijft wakker zolang er geopereerd wordt in deze gebieden. Zodra er geen testen meer hoeven te worden uitgevoerd, maar er wel nog weefsel verwijderd moet worden krijgt u een lichte narcose.

Als u in aanmerking komt voor deze operatie bereidt de neuropsycholoog in Kempenhaeghe u hierop voor. Hij neemt dan voorafgaand aan de operatie diverse testen met u door. Deze testen krijgt u ook tijdens de operatie.

 

3. Selectieve verwijdering van de hypocampus en de amandelkern (amygla): bij deze operatie worden uitsluitend de hypocampus en de amandelkern aan de binnenkant van de slaapkwab verwijderd. Deze operatie wordt alleen uitgevoerd wanneer de bron van de epilepsie in de hypocampus of de amandelkern zit. Deze operatie gebeurt onder volledige narcose. 

4. Selectieve verwijdering van een afwijking in de slaapkwab: bij deze operatie wordt uitsluitend de afwijking die op de MRI van het hoofd is te zien verwijderd. Indien aangetoond is dat hier de epilepsie vandaan komt. Afhankelijk van de plaats van de afwijking in de slaapkwab vindt deze operatie onder volledige narcose plaats of niet. 

 

 

standaard verwijdering links en rechts

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de Recovery (uitslaapkamer) om bij te komen van de narcose. Na goedkeuring van de anesthesioloog plaatsen wij u over naar de Medium Care afdeling Neurologie (afdeling C5), of u blijft de nacht op de recovery.  Meestal verblijft u daar één nacht. Kinderen worden opgenomen op de kinder-intensive care (PICU) en bij spoedig herstel binnen enkele dagen overgeplaatst naar de kinderafdeling. Zorg voor uw kind wordt geleverd door neurochirurg, verpleegkundig specialist en kinderneuroloog. Een opname duurt meestal 10 dagen.
Van de medium care afdeling gaat u, meestal twee nachten na de operatie, naar verpleegafdeling neurologie/neurochirurgie (C5/D5). Hier verblijft u gemiddeld een week. Herstel vindt plaats op geleide van klachten, dit betekent dat u geleidelijk aan op de bedrand gaat zitten en uit bed komt. Het is de bedoeling dat u geleidelijk aan, eerst onder begeleiding, uit bed komt en trappen gaat lopen. Als dit goed gaat en de wond op het hoofd goed geneest, kunnen de meeste patiënten onder begeleiding (familie/vrienden/kennissen) na een week naar huis.
Soms heeft de patiënt met zijn/haar behandelend neuroloog afgesproken om te worden overgeplaatst naar het opnamecentrum van Kempenhaeghe in Heeze of in Oosterhout.
Uw eigen huisarts verwijdert de hechtingen/nietjes tien dagen na de operatie.

Medicatie na de operatie

Na de operatie blijft u uw medicijnen tegen epilepsie nog geruime tijd op dezelfde wijze en in dezelfde hoeveelheid gebruiken. Dit is noodzakelijk om hersencellen rondom het operatiegebied dat ook vaak betrokken is bij de epilepsie, het epilepsie netwerk, onder controle te houden en te voorkomen dat er hersencellen in het netwerk op zichzelf actief worden en er opnieuw epileptische aanvallen ontstaan. In overleg met uw neuroloog bouwt u de medicatie op een bepaald moment langzaam af.

Toestemmingsformulier Wetenschappelijk onderzoek

Tijdens de operatie wordt hersenweefsel verwijderd. De patholoog onderzoekt een deel van dit weefsel. Een ander deel kan voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. Dit gebeurt alleen als u daarvoor toestemming geeft. Tevens vragen we u op dit formulier ook toestemming om, langere tijd na de operatie, voor wetenschappelijke doeleinden in uw patientendossier te mogen kijken. U kunt dit doen door een formulier te ondertekenen. Dit formulier krijgt u op de polikliniek of verpleegafdeling.

Mogelijke complicaties

Elke operatie brengt mogelijk complicaties met zich mee. Complicaties  bij het verwijderen van de slaapkwab kunnen zijn:

Trombose (stolsel in een bloedvat): Dit stolsel sluit het bloedvat geheel of gedeeltelijk af. Meestal treedt trombose op in een ader van een been. Een trombose of embolie (een losgeraakt stolsel) kan ook op andere plaatsen terecht komen zoals in de longen, het hart of de hersenen en hier schade veroorzaken. Om het risico op trombose te verkleinen, krijgt u gedurende de opname in het Maastricht UMC+ één maal per dag een bloed verdunnend medicijn in de vorm van een spuitje.

Infectie:
Een infectie kan op vele manieren optreden. Bijvoorbeeld via een infuus naald of blaaskatheter, die u voor start van de operatie heeft gekregen.
Er kan ook een infectie van de operatie wond of van de hersenvliezen ontstaan. De kans hierop is ongeveer 1-2%. De kans op infectie van de operatiewond of meningitis (hersenvliesontsteking) is niet hoger dan een tot twee procent.

Bloeding in het hoofd: Tijdens of vlak na de operatie kan een bloeding in het hoofd ontstaan, dit is een zeldzame complicatie.
Het risico op een bloeding is groter als u problemen heeft met het stollen van het bloed. Klachten die daarop kunnen wijzen, zijn het snel hebben van blauwe plekken, bloedneuzen en lang nabloeden na het trekken van een tand.
Het stollen van het bloed gaat soms ook moeilijker door gebruik van medicijnen, zoals bv depakine. Als u een van bovenstaande klachten heeft of als u depakine gebruikt, bespreek dit dan met uw neuroloog, verpleegkundig specialist of neurochirurg.  In elk geval moet u alle bloed verdunnende medicatie (*zie onderaan de latste bladzijde) voor de operaie stoppen. Er zijn enkele situaties waarin u geen zeven dagen van tevoren stopt of zelfs helmaal niet mag stoppen met de bloedverdunners. De arts bespreekt dit met u.
De gevolgen van een bloeding in de hersenen zijn zeer verschillend en hangen af van de plaats en de ernst van de bloeding. Wanneer er een bloeding ontstaat tussen de schedel en de hersenen, is er meestal sprake van een verminderd bewustzijn, hoofdpijn en/of tijdelijk functiestoornissen. Er bestaat een kans dat een bloeding in de hersenen leidt tot blijvend functieverlies zoals een halfzijdige verlamming of een blijvende spraakstoornis. Om goed in de gaten te houden of er sprake is van een bloeding na de operatie wordt regelmatig gekeken of u alert bent en armen en benen goed kunt bewegen.

Hersenzwelling: Een operatie in de hersenen kan een plaatselijke zwelling van het hersenweefsel veroorzaken. De plaats in de hersenen waar u geopereerd bent en deze zwelling optreedt, bepaalt welke klachten er zich kunnen voordoen. Dit kan variëren van hoofdpijn tot bijvoorbeeld krachtsverlies van een arm of been. Meestal treden deze klachten tijdelijk op. Om de kans hierop te verkleinen, krijgt u tijdens de operatie en de dagen erna het medicijn dexamethason toegediend. Dit middel wordt in de loop van enkele dagen weer afgebouwd. Tijdens gebruik en afbouw wordt het suikergehalte in uw bloed extra gecontroleerd en krijgt u een medicijn om de maag te beschermen.

Spraak/taalstoornissen: Als u een ’maximale’ operatie heeft ondergaan en de taaltesten tijdens de ingreep goed zijn verlopen, kunt u toch in de beginperiode na de operatie problemen ondervinden met de taal, zowel de spraak als het lezen. Dit heeft te maken met de plaatselijke zwelling in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de taal en spraak. In een dergelijke situatie is de verwachting dat deze functiestoornis in de loop van de tijd (meestal na dagen tot weken) verdwijnt.

Gezichtsvelduitval: Bij zowel een ‘standaard’ als een ’maximale’ slaapkwabverwijdering, is er kans op blijvende uitval van een deel van het gezichtsveld aan de zijde tegenover daar waar geopereerd is. Meestal gaat het om een uitval van (een gedeelte van) de bovenzijde van het gezichtsveld. Vaak merkt u zelf deze uitval niet op. Een oogarts stelt de uitval meestal vast als drie tot vier maanden na de operatie een gezichtsveldonderzoek plaatsvindt. De mate waarin het gezichtsveld uitvalt, lijkt een relatie te hebben met de hoeveelheid verwijderd hersenweefsel. Hier wordt momenteel nog onderzoek naar gedaan.

Psychologische / psychiatrische klachten: De dagen / weken of maanden na de operatie kan het zijn dat u geestelijke klachten krijgt. Dit kunnen depressieve gevoelens zijn, maar ook klachten van angst of psychose. Uit de medische literatuur is bekend dat de kans hierop groter is als u deze aandoeningen al eens eerder gehad heeft. Ook kunnen na de operatie bestaande klachten van het geheugen verergeren hetgeen zich meestal voordoet na een slaapkwab verwijdering aan de linkerkant. Uiteindelijk stabiliseert de geheugen functie zich. Om deze functie te kunnen meten krijgt u voor en na de operatie een neuropsychologisch onderzoek.

Wondlekkage: Het komt zelden voor dat een wond vocht gaat lekken als u al thuis bent. Gebeurt dit toch,  neemt u dan altijd contact op met de afdeling Neurochirurgie in het MUMC+.

Epileptische aanval: Tijdens een ‘wakkere’ ingreep of kort na de operatie kunnen één of meer epileptische aanvallen optreden. U kunt hiervan schrikken maar meestal hebben deze aanvallen geen negatieve consequenties voor uw verdere herstel. Het optreden van deze aanvallen heeft te maken met de plaatselijke prikkeling van de hersenen door de operatie. Ook de schommelende hoeveelheid medicijn in uw bloed kan invloed hebben op deze aanvallen. Gedurende de opname zijn ook neurologen betrokken bij uw behandeling. Zij controleren uw medicatie. In het geval dat er na de operatie aanvallen optreden, wordt in sommige gevallen uw medicatie aangepast.

Hoofdpijn: Een deel van de patiënten heeft hoofdpijn na een verwijdering van de slaapkwab. Deze hoofdpijn verdwijnt meestal spontaan in de loop van dagen/weken na de operatie. Soms houdt de hoofdpijn langer aan. Direct na de operatie krijgt u medicijnen tegen de pijn.
Bij een zeer klein deel van de patiënten kunnen deze zorgen voor hallucinaties, die verdwijnen zodra de medicijnen volledig zijn afgebouwd.

Momenteel loopt er een studie naar de werking van een specifiek medicijn tegen deze hoofdpijnklachten, de zogenaamde Espain-trial. Er zal u op de polikliniek gevraagd worden of u aan deze studie wilt meedoen.

Naar huis en thuis

Als u thuis bent is het van belang dat u op zoek gaat naar een balans tussen activiteit en rust. Na de operatie zult u merken dat het vaak moeilijker is om prikkels vanuit de omgeving te verwerken (gesprekken, geluiden). U kunt sneller vermoeid zijn, dit kan gepaard gaan met hoofdpijnklachten. Neem tijdig uw rust. Liever een aantal korte momenten op een dag dan 1 maal uren achter elkaar.
Na de operatie mag u drie maanden, dit is de termijn totdat het luikje dat gemaakt is in de schedel afdoende geheeld is, geen sporten beoefenen waarbij voorwerpen op hoofd hoogte rondvliegen (tennis, voetbal, en contactsporten zoals boxen ed.).
Tien dagen na de operatie mogen hechtingen of nietjes (agraves) verwijderd worden bij de huisarts. Tot die tijd mag u uw haren niet wassen. Na het het verwijderen door de huisarts mogen de haren weer gewassen worden.
Zwemmen mag weer als ook de korstjes van de wond zijn afgevallen.
Onder alle omstandigheden is het belangrijk dat u zo weinig mogelijk aan de operatiewond gaat krabben, ook als dit jeukt.
Het kan zijn dat het gevoel van de hoofdhuid na de operatie anders is als voorheen (doof gevoel). Dit trekt meestal vanzelf bij. Bij het naar buiten gaan kan het prettig zijn om een losse muts te dragen. Voor de rest geneest het litteken het beste aan de lucht.

Mocht een van de onderstaande problemen ontstaan, neem dan 7 dagen per week contact op met de afdeling neurochirurg.
Binnen kantoortijden: via secretariaat neurochirurgie (043 3874041) verpleegkundig specialist of neurochirurg.
Buiten kantoortijden: 043 3876700 en vraag naar dienstdoende neurochirurg.

Neem contact op met het ziekenhuis bij:

  • problemen met de wondgenezing
  • pijn die erger wordt
  • zwelling / vochtlekkage ter plaatse van de wond
  • koorts boven de  38 °C
  • ontregeling van de aanvallen.

Controle

De eerste 2 controles na een slaapkwab-operatie zijn telefonisch en worden na 1 en 6 weken gedaan door de verpleegkundig specialist epilepsiechirurgie van het MUMC, mw.  J. Nelissen. Er wordt door haar dan een controle MRI van de hersenen en een gezichtsveld-onderzoek aangevraagd voor 3 maanden na de operatie. Voor de uitslag hiervan evenals het verwijderde weefsel, ziet u op de polikliniek de neurochirurg die de operatie heeft uitgevoerd.

Ook krijgt u ongeveer een jaar na operatie nog een neuropsychologisch onderzoek en vaak ook een EEG.
U blijft tien jaar onder controle in het Maastricht UMC+. Meestal heeft u rond de datum van uw operatie (‘de verjaardag van de operatie’) kort telefonisch contact. De controles in Kempenhaeghe zijn afhankelijk van uw persoonlijke situatie.

Bloed verdunnende medicatie (meest voorgeschreven):

  • Ascal / carbasalaat calcium
  • Aspirine
  • Persantin
  • Plavix
  • Sintrom (na stop moet de INR voor operatie <1.2 zijn)
  • Marcoumar (na stop moet de INR voor operatie <1.2 zijn)
  • Xarelto (rivaroxaban)
  • Pradaxa (dabigatran)
  • Efient (prasugrel)
  • NSAID’s zoals bv Ibuprofen/Brufen/Diclofenac.

Dit is geen volledige lijst! Vraag voor de zekerheid bij uw huisarts na of u bloed verdunnende medicatie krijgt.

Contact

Heeft u na het lezen van dit informatieblad nog vragen, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met een van de volgende afdelingen:

Secretariaat Neurochirurgie Maastricht UMC+ 
 043 – 387 60 52
Secretariaat Epilepsiechirurgie Kempenhaeghe
  040 – 227 94 60
Polikliniek Epileptologie Kempenhaeghe
  040 – 227 90 22

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021