Folder

Hoornvliestransplantatie

Wat u moet weten

Het hoornvlies is de doorzichtige, bolvormige laag aan de voorkant van uw oog. 
Het beschermt het oog en helpt u om scherp te zien. 
Het hoornvlies kan beschadigd raken door een ziekte, infectie of ongeluk. Hierdoor kunt u slechter gaan zien. Soms is dan een hoornvliestransplantatie nodig. 
De arts vervangt dan het beschadigde of zieke deel van het hoornvlies door gezond hoornvlies van een donor.
In deze folder leest u wat u kunt verwachten van de operatie en wat u zelf kunt doen voor een goed herstel.

Waarom een hoornvliestransplantatie?

Een hoornvliestransplantatie is vaak nodig om:

  • Beter te zien: Bijvoorbeeld als het hoornvlies verdikt is, littekens heeft of vervormd is. Dit kan bijvoorbeeld bij een hoornvliesdystrofie, doorgemaakte infectie of keratoconus.
  • Pijn te verminderen: Een beschadigd hoornvlies kan pijnlijk zijn.
  • Verlies van hoornvliesweefsel of doorbraak (perforatie) te herstellen: Dit kan gebeuren door een ernstige acute infectie of verwonding. 

Welke soorten transplantaties zijn er?

Er zijn verschillende operaties. Welke operatie u krijgt, hangt af van welke laag van het hoornvlies ziek is.

  1. Perforerende hoornvliestransplantatie (PK)
    Hierbij vervangt de arts het hele hoornvlies.
  2. Lamellaire hoornvliestransplantatie 
    Hierbij vervangt de arts alleen de beschadigde of zieke lagen van het hoornvlies. De gezonde lagen blijven zitten. 
    Mogelijke technieken zijn: 
    - DALK    
    - DMEK   
    - DSAEK  

De arts legt u vooraf uit welke operatie voor u het beste is. U kunt deze informatie ook teruglezen op de website (oogheelkunde.mumc.nl/)

Het hoornvlies
Het hoornvlies

Voorbereiding en de operatie

Op de dag van de operatie komt u naar het Maastricht UMC+.  
In de brief die u thuis krijgt staat precies waar u zich moet melden.

  • Plaatselijke verdoving: Dagcentrum Oogheelkunde, Oogtoren niveau 3, volg route 3 (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d52)
  • Algemene verdoving (narcose): U meldt zich op de verpleegafdeling die in de brief staat.

De arts of verpleegkundige markeert het oog dat wordt geopereerd. 
U krijgt oogdruppels met antibiotica om een infectie te voorkomen. Ook krijgt u soms verdovende oogdruppels. 
Daarna gaat u naar de operatiekamer.

De operatie duurt meestal 1 tot 2 uur. 
Na de operatie krijgt u een verband met een oogkapje.

Bij een DMEK of DSAEK kunt u een houdingsadvies krijgen. U moet dan de eerste 24 uur zoveel mogelijk plat op uw rug liggen. Dit is belangrijk omdat er een luchtbel of gasbel in uw oog zit. Die duwt het nieuwe laagje tegen het hoornvlies aan. 

Wanneer mag u naar huis?

  • Plaatselijke verdoving: meestal na een paar uur.
  • Narcose: Soms dezelfde dag, soms de volgende dag.

U mag na de operatie niet zelf autorijden. Neem iemand mee die u naar huis brengt.

Herstel en nazorg

U krijgt oogdruppels mee. Deze druppels helpen om ontstekingen en afstoting van het nieuwe donor hoornvlies te voorkomen.
Het herstel van het hoornvlies duurt enkele weken tot maanden. 

Eerste dagen
  • Het oogkapje blijft 1 dag zitten.
  • De volgende dag mag u het oogkapje voorzichtig verwijderen en start u met de voorgeschreven oogdruppels.
Lamellaire transplantatie (DMEK of DSAEK)
  • Uw zicht schommelt soms in de eerste maanden.
  • Het duurt meestal enkele weken tot maanden voordat het hoornvlies weer helder is en uw zicht stabiel wordt.
  • Wacht 3 maanden met het laten aanmeten van een nieuwe bril.
Perforerende transplantatie (PK)
  • Het herstel duurt langer.
  • Hechtingen blijven meestal 1 tot 2 jaar zitten.
  • Ongeveer 4 op de 10 mensen hebben uiteindelijk een harde contactlens (scleralens) nodig om goed te kunnen zien. 

Mogelijke complicaties

Een hoornvliestransplantatie is meestal veilig. 
Soms kunnen er complicaties zijn:

Loslating van het transplantaat (bij een DMEK of DSAEK)

Soms laat het laagje in de eerste week na de operatie los. Dan moet de arts opnieuw een luchtbel of gasbel in het oog plaatsen. 
U moet daarna opnieuw 24 uur op uw rug liggen.

Infectie

Dit komt heel soms voor in de eerste 1 tot 2 weken na de operatie. 
Let op klachten zoals: pijn, roodheid, of afscheiding uit het oog. 
Neem direct contact op met uw arts als u deze klachten krijgt.

Afstoting

Het lichaam kan het nieuwe hoornvlies afstoten. Dit gebeurt meestal in de eerste 2 jaar na de operatie. 
Let op:

  • pijn
  • roodheid
  • verslechtering van het zicht.

Afstoting is meestal te behandelen als dit vroeg wordt opgemerkt. 

Wanneer moet u contact opnemen?

Neem direct contact op als u:

  • ernstige hoofdpijn heeft die niet weggaat
  • hevige misselijkheid heeft
  • meer roodheid of pijn krijgt in het oog
  • slechter of wazig gaat zien, vooral als dit plotseling erger wordt

Contact

Heeft u nog vragen of zorgen? Neem contact op met uw arts of bel:

Polikliniek Oogheelkunde
Telefoon: 043 - 387 68 00
Bereikbaar van maandag tot vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en 13.00 tot 17.00 uur

Spoedeisende Hulp (SEH)
Telefoon: 043 - 387 67 00
Bereikbaar na 17.00 uur en in het weekend (vraag naar de dienstdoende oogarts)

Websites

Laatst bijgewerkt op 16 december 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-778