MUMC+

Patiëntinformatie

Behandeling van CIN2 en CIN3

Afwijkend weefsel van de baarmoederhals

Recent is uw baarmoederhals onderzocht door middel van een colposcopie. Hierbij is wat weefsel (een biopt) afgenomen. De patholoog onderzoekt dit op afwijkend weefsel. Heel soms is er sprake van baarmoederhalskanker, maar meestal wordt er een voorloper van baarmoederhalskanker gevonden. Dat noemen we CIN. CIN is dus géén baarmoederhalskanker. 

Wat is CIN en wanneer behandel je?

  • Cervicale (van de baarmoederhals)
  • Intra-epitheliale (in de bekledende laag)
  • Neoplasie (gezwelvorming) 

De ernst van de CIN-afwijking wordt ingedeeld in drie klassen:

  • CIN 1: het weefsel heeft milde afwijkingen
  • CIN 2: het weefsel heeft matige afwijkingen
  • CIN 3: het weefsel heeft ernstige afwijkingen, maar geen kankercellen
Niet alle CIN-afwijkingen hoeven te worden behandeld:

 

  • CIN 1

    Een CIN 1 verdwijnt bijna altijd vanzelf. Behandeling is niet nodig. De afwijking wordt gecontroleerd met een uitstrijkje na 12 maanden.

  • CIN 2

    Een CIN 2 verdwijnt bij 50 tot 75% van de vrouwen vanzelf en de afwijking wordt niet snel ernstiger. Jongere vrouwen met een kinderwens voor de toekomst, adviseren we daarom vaak om niet direct te behandelen, maar af te wachten. Behandeling met een lisexcisie (het wegsnijden van een deel van de baarmoedermond) zorgt namelijk voor een verhoogd risico op vroeggeboorte in de toekomst. Als u afwacht, wordt de afwijking gecontoleerd met een uitstrijkje na zes maanden. Als u wél voor een behandeling kiest, kan dat met een lisexcisie(het wegsnijden van een deel van de baarmoedermond of imiquimod-crème.

  • CIN 3

    Een CIN 3 verdwijnt meestal niet vanzelf. Het kan op langere termijn baarmoederhalskanker worden. Daarom is een behandeling met een lisexcisie (het wegsnijden van een deel van de baarmoedermond) of met imiquimod-crème nodig.

Lisexcisie

Behandeling van CIN 2 of CIN 3 met lisexcisie

Bij een lisexcisie (ook wel LLETZ genoemd) wordt het afwijkende weefsel van de baarmoedermond weggesneden. Dit gebeurt tijdens een colposcopie, zoals u die eerder onderging. De baarmoedermond wordt plaatselijk verdoofd. De gynaecoloog haalt vervolgens een strookje weefsel weg rondom de opening van de baarmoedermond. Dit gebeurt met een dunne metalen lis (zie het plaatje hiernaast). Deze lis wordt elektrisch verhit. Wel kunnen soms vervelende baarmoederkrampen optreden.

De ingreep, inclusief de colposcopie, duurt ongeveer 15 minuten. U mag daarna naar huis. Het weggehaalde weefsel wordt onderzocht door een patholoog (een dokter die weefsels onderzoekt). U hoort na een week of de behandeling met lisexcisie voldoende is geweest, dit is bijna altijd het geval. U komt dan na 6 maanden terug voor een uitstrijkje ter controle.

Bijwerkingen en gevolgen van een lisexcisie

Na een lisexcisie kunt u last hebben van milde buikpijn, bloedverlies en slijmverlies. De buikpijn duurt meestal niet langer dan een paar uur tot een dag. Het bloedverlies en slijmverlies duren meestal niet langer dan twee weken. Na een week kan het bloedverlies even wat méér worden, omdat dan het korstje van de wond loslaat. Heel soms treedt er een nabloeding op. U verliest dan meer bloed uit de wond. De wond moet dan in het ziekenhuis opnieuw worden dichtgemaakt.

Na een lisexcisie is de kans op een vroeggeboorte bij een volgende zwangerschap iets verhoogd, doordat een deel van de baarmoedermond is weggehaald. Het risico op een vroeggeboorte verdubbelt ongeveer, zoals in de tabel hiernaast is te zien. Als de lisexcisie in de toekomst nog eens herhaald moet worden, neemt het risico op een vroeggeboorte verder toe, naar 12%. Ongeveer 15% van de vrouwen heeft een tweede lisexcisie nodig omdat de CIN-afwijking terugkomt.

Risico vroeggeboorte na lisexcisie

Leefregels na een lisexcisie

Na een lisexcisie mag u direct naar huis. Zo lang u bloedverlies hebt, mag u niet baden,  zwemmen en geen geslachtsgemeenschap hebben. Gebruik de eerste week geen tampons.

Behandeling van CIN 2 of CIN 3 met imiquimod-crème

CIN 2 en CIN 3 kunnen ook worden behandeld met imiquimod-crème. Imiquimod stimuleert het immuunsysteem om de CIN-afwijking en de HPV (humaan papillomavirus)-infectie op te ruimen. Bij deze behandeling wordt er dus niets van de baarmoedermond weggesneden. Deze behandeling is daarom met name geschikt voor vrouwen met een kinderwens voor de toekomst, voor vrouwen met een grote CIN-afwijking die met een lisexcisie niet goed verwijderd kan worden en voor vrouwen met een herhaalde CIN-afwijking die al eerder een lisexcisie hebben gehad.

U komt niet in aanmerking voor behandeling met imiquimod-crème als u zwanger bent of borstvoeding geeft, als uw uitstrijkje ernstig afwijkend weefsel PAP4 liet zien, als u een ziekte heeft of medicatie gebruikt die het immuunsysteem beïnvloedt zowel een verzwakt als versterkt immuunsysteem. wat bedoelen jullie hiermee?
 

 

De behandeling

U doet de behandeling zelf thuis. Tweemaal tot driemaal per week brengt u de crème zelf aan met een vaginale applicator. Dit is een inbrenghulsje voor de crème. Op het plaatje hieronder ziet u hoe u dat moet inbrengen. U gebruikt de crème ’s avonds voor het slapengaan. Na het inbrengen van de crème mag u geen geslachtsgemeenschap hebben. ’s Ochtends spoelt u de resten van de crème weg met de douchekop.

De behandeling duurt 16 weken. Na deze behandelperiode doen we weer een colposcopie ter controle, waarbij zo nodig ook weer biopten worden genomen. Als de afwijking is verdwenen of is verbeterd, is de behandeling klaar. U krijgt dan een controle-uitstrijkje na zes maanden.

Imiquimod gebruik

Bijwerkingen van imiquimod-crème

Imiquimod stimuleert het immuunsysteem om de CIN-afwijking op te ruimen. De meeste vrouwen ervaren hierdoor griepachtige verschijnselen zoals spierpijn en spierstijfheid, vermoeidheid, hoofdpijn en een koortsig gevoel. Deze klachten hebt u meestal de dag na het inbrengen en verlopen meestal mild. Ze kunnen goed worden onderdrukt met paracetamol.

Daarnaast hebben veel vrouwen last van vaginale afscheiding tijdens de behandeling, omdat de crème via de vagina naar buiten komt. Als deze crème op de schaamlippen komt kan dit pijn of jeuk van de vagina veroorzaken en soms wondjes aan de schaamlippen of de vagina. Wij adviseren daarom om de dag na het inbrengen van de crème een tampon te gebruiken. Daarmee worden vrijwel alle bijwerkingen voorkomen.

Ongeveer 10% van de vrouwen heeft zoveel last van de bijwerkingen dat de behandeling wordt gestopt. Hiernaast vindt u een compleet overzicht van de bijwerkingen van imiquimod.

Overzicht bijwerkingen van imiquimod-crème

Afhankelijk van het behandelschema kunnen sommige bijwerkingen vaker of minder vaak optreden.  

Zeer vaak (meer dan 10%): jeuk en pijn op de plaats van aanbrengen en reacties op de plaats van aanbrengen (waaronder bloeding, uitslag, roodheid, afscheiding, branderigheid, irritatie, zwelling, ontsteking, bultjes, blaasjes, gevoelloosheid, schilfering, open wondje, korstvorming, litteken).
 

Vaak (1-10%): hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn, vermoeidheid en infecties (virale of bacteriële infectie of schimmelinfectie).
 
Soms (0,1-1%): huiduitslag, jeuk, galbulten, toegenomen transpiratie, griepachtige verschijnselen, algemene malaise, koorts, spierzwakte, spierstijfheid, gezwollen lymfeklieren, maag-darmstoornissen, verminderde eetlust of afvallen, slaperigheid of slapeloosheid, duizeligheid, migraine, depressie, oorsuizen, blozen, loopneus, keelontsteking, pijnlijke gewrichten en (rug)pijn. Lokale, hevige ontstekingsreacties (met algemene malaise, koorts, misselijkheid en spierpijn) zijn gemeld na slechts enkele malen toedienen. Haaruitval kan optreden. Gemeld zijn verder: pigmentafwijkingen, ernstige huidreacties, leverfunctiestoornissen, daling van bepaalde bloedwaarden zoals hemoglobine (bloedijzer), aantal witte bloedcellen en bloedplaatjes.
overzicht imiquimod en lisexcisie

Leefregels tijdens imiquimod behandeling

U mag tijdens de behandeling met imiquimod niet zwanger worden. U moet daarom anticonceptie gebruiken tijdens de behandelperiode. Gebruikt u nog géén anticonceptie, bespreek dit dan met uw gynaecoloog.

Hiernaast vindt u een overzicht van het behandelschema van de imiquimod en de lisexcisie naast elkaar.

Samenvatting

In het schema hieronder zijn de behandelopties bij de verschillende CIN-afwijkingen nog eens weergegeven. In de tabel daaronder zijn de kenmerken van de twee behandelingen samengevat.

Schema imiquimod of lisexcisie
MUMC+

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact op met de verpleegkundig specialist.

Telefoonnummer
043 - 387 42 41 of
043 - 387 65 43 en vraag naar sein 5536

Telefonisch spreekuur
ma-di-do-vrij van 13:00 - 14:00 uur

Websites

 

Laatst bijgewerkt op 29 juli 2021