_

Folder

CT-scan

Onderzoek op de afdeling Beeldvorming

Algemeen

Uw arts verwees u naar de afdeling Beeldvorming voor een CT-scan. In deze folder leest u informatie over het onderzoek en de voorbereiding.

CT is een afkorting van Computer Tomografie. Met röntgenstralen en een computer maken we beelden van bepaalde delen van uw lichaam. De radioloog beoordeelt de beelden achteraf.

Tijdens het onderzoek ligt u stil op een onderzoekstafel. De tafel schuift in een open ring van ongeveer 80 centimeter. In deze ring zit een röntgenbuis waarmee we de beelden maken.

In de afsprakenbrief staat de locatie en de routebeschrijving.

CT-scanner
CT-scanner

Voorbereiding algemeen

U hoeft niet nuchter te zijn.

Laat sieraden en waardevolle spullen zoveel mogelijk thuis. Wij kunnen niet letten op spullen die in de kleedkamer moeten achterblijven.

Voor sommige CT-scans is het gebruik van een contrastmiddel met jodium nodig. Het is niet altijd van tevoren bekend of er een contrastmiddel nodig is. De radioloog kan ook nog tijdens het onderzoek besluiten om een contrastmiddel te gebruiken.

Voor een CT-scan van het hoofd, de hals, de longen of het skelet is geen speciale voorbereiding nodig. 

Komt u voor een CT-scan van de buikorganen? Alleen dan is er een speciale voorbereiding nodig.

Voorbereiding bij een CT-scan van de buik

Om de buikorganen goed zichtbaar te maken op de scan, moeten uw maag en darmen goed gevuld zijn met water. Drink daarom een half uur voor het onderzoek een halve liter water.  Dit zijn drie volle glazen. Uw maag en darmen raken dan gevuld met water, waardoor de radioloog ze goed kan onderscheiden van de andere organen. Uw blaas hoeft niet gevuld te zijn. U mag voor het onderzoek nog naar het toilet gaan.

Wat u altijd moet melden

  • Bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts.
  • Bent u allergisch voor contrastmiddelen met jodium? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts.
  • Bent u allergisch voor jodium op de huid? Dan kan het zijn dat u niet allergisch bent voor het jodium in een contrastmiddel, maar u moet u dit wel melden aan de laborant.
  • Heeft u een nieraandoening? Vertel dit dan meteen aan uw arts, zodat hij hier op tijd rekening mee kan houden of voor een ander onderzoek kan kiezen.
  • Heeft u diabetes (suikerziekte)? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts.

Medicijnen

De meeste medicijnen kunt u op de normale manier blijven innemen. Maar met de volgende medicijnen moet u wel iets anders doen:

  • Stop met diuretica (plasmedicijnen) vanaf 24 uur vóór het onderzoek . Vraag dit na bij uw arts.
  • Stop tijdelijk met NSAID’s (een soort pijnstiller zoals diclofenac, ibuprofen of naproxen) vanaf 24 uur vóór het onderzoek als dat mogelijk is voor u.
  • Gebruikt u medicatie voor uw diabetes (suikerziekte) waarin metformine zit en heeft u een verminderde nierfunctie? Stop met deze tabletten op de dag van het onderzoek. Vraag dit na bij uw arts.

    Is vooraf bekend dat u allergisch bent voor contrastmiddel met jodium? Dan krijgt u soms vóór het onderzoek medicijnen hiertegen. Of u dat krijgt, hangt af van de ernst van de allergie. Deze medicijnen hebben invloed op het autorijden. U mag dan na het onderzoek niet rijden.

 

Jodiumhoudend contrastmiddel

Moet u een contrastmiddel met jodium krijgen? Dan bekijken we eerst uw nierfunctie. Soms kan het onderzoek niet doorgaan vanwege een slechte nierfunctie, maar meestal geven we bij een slechte nierfunctie een infuus met extra vocht. Dit infuus krijgt u 1 uur voor de CT en 6 uur erna. U wordt hiervoor een dag opgenomen in het ziekenhuis. U wordt opgeroepen door het opname bureau en 1 of 2 dagen voor de CT gebeld door een medewerker van de contrastpoli. 

Als u contrastmiddel via een infuus krijgt ingespoten, kunt u een metaalsmaak proeven en een warm gevoel krijgen door het hele lichaam. Het is bekend dat contrastmiddelen met jodium soms allergische reacties geven. Deze ontstaan dan meestal al snel na het onderzoek.  Een allergische reactie kan heel licht zijn zoals jeuk, galbultjes, misselijk zijn, bleek zien, zweten of duizelig zijn.

In zeldzame gevallen kan de reactie  heviger zijn, met meer galbultjes of de neiging tot flauwvallen.

Soms merkt u pas thuis op dat u jeuk krijgt of huidreacties.
Meldt u zich in dat geval bij uw arts.

Het onderzoek

De CT-scan wordt gemaakt op verschillende locaties in het ziekenhuis. Kijk op uw afsprakenbrief waar u moet zijn en hoe laat. Wij vragen u om op tijd aanwezig te zijn.

De laborant haalt u op in de wachtkamer en geeft u uitleg over wat er gaat gebeuren. Soms moet u bepaalde kledingstukken, sieraden of protheses uitdoen, omdat die niet in de CT-scan kunnen. Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan de laborant. Vervolgens gaat u liggen op een onderzoekstafel. Als u een contrastmiddel met jodium nodig heeft, krijgt u een infuus. 

In de scanner liggen de meeste mensen met hun armen boven het hoofd. Het is belangrijk dat u tijdens de scan zo ontspannen en zo stil mogelijk blijft liggen. Bewegingen storen de opnamen.

Het is mogelijk dat we aan u vragen om even niet te ademen. Dit is dan maximaal 20 seconden nodig.

Het draaien van de röntgenbuis maakt een beetje lawaai. Hoe lang het onderzoek duurt hangt af van het soort scan. Dit duurt tussen de 5 en 15 minuten.

De laborant bedient de CT-scanner vanuit de ruimte naast de onderzoekskamer. U kunt met de laborant spreken via een intercom. Tijdens het hele onderzoek kan de laborant u zien en horen. U kunt hem of haar in geval van nood altijd waarschuwen.

Na het onderzoek

Kreeg u een CT-scan zónder contrastmiddel? Dan kunt u direct na het onderzoek naar huis.

Heeft u contrastmiddel gehad? Blijft u dan na de scan nog 15 minuten in de wachtkamer zitten. Als u na die tijd geen klachten heeft, mag u naar huis. 

Drink na het onderzoek extra veel water (1 tot 2 liter). Het contrastmiddel verdwijnt dan snel via de urine uit het lichaam.

Heeft u een vochtbeperking, dan drinkt u niet extra maar houdt u zich aan de hoeveelheid die u wel mag drinken per dag. 

Neem een paar plaszakken mee naar huis om de urine met contrast op te vangen. De zakken krijgt u van de laborant.

Plassen in een plaszak na een CT-scan

U krijgt tijdens de CT-scan een contrastvloeistof in een bloedvat gespoten. Deze vloeistof gaat uw lichaam ook weer uit als u plast. We willen voorkomen dat de vloeistof in het rioolwater terecht komt. Want het is moeilijk om de contrastvloeistof weer uit het rioolwater te halen. Daarom vragen we aan u om de eerste vier keer na de CT-scan te plassen in de plaszak in plaats van in de wc. Zo komt uw plas met de contrastvloeistof niet in het rioolwater terecht. Die vier plaszakken krijgt u van de laborant na de CT-scan.

Hoe gebruikt u de plaszak?

De eerste vier keer dat u moet plassen (na de CT-scan), neemt u de plaszak mee naar het toilet. Daar plast u in de plaszak in plaats van in de wc. Daarna kan de plaszak gewoon bij het restafval in de afvalbak. Gooi de plaszak dus niet in de wc.

Misschien lijkt het ongemakkelijk, maar plassen in de plaszak kost net zoveel tijd én is net zo schoon als plassen in de wc.  De plaszak heeft een speciale vorm die makkelijk is om in te plassen voor iedereen! In de plaszak zitten hele kleine korrels die van uw plas een soort gel maken. Het wordt dus geen kliederboel.

De uitslag

U krijgt de uitslag niet direct te horen. De radioloog maakt het verslag later. In een vervolgafspraak bespreekt uw eigen specialist de uitslag met u. Deze vervolgafspraak moet u zelf maken.

Contact

Kunt u niet komen naar uw CT-scan? Bel dan zo snel mogelijk met de afdeling Beeldvorming. Dan maken wij een nieuwe afspraak met u. U kunt ons ook bellen als u vragen heeft.

Afdeling Beeldvorming
Telefoonnummer: 043 - 387 75 00
We zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag, van 8.00 tot 16.30 uur

Laatst bijgewerkt op 10 november 2022