_

Patiëntinformatie

Radiofrequente ablatie/microwave ablatie

Behandeling op de afdeling Beeldvorming

Algemeen

U heeft zojuist gehoord dat u een behandeling met radiofrequente ablatie (RFA) of microwave ablatie (MWA) moet ondergaan. Waarschijnlijk is u daar al het een en ander over verteld. Op dit blad krijgt u alle informatie nog een keer op een rij. Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen stel deze dan gerust aan de medewerkers van de afdeling Beeldvorming.

Wat is RFA/MWA?

Bij radiofrequente ablatie wordt een lever-, nier-, long- of andere tumor door middel van een naaldelectrode kortdurend sterk verhit, waardoor deze tumor afsterft.
Met radiofrequent wordt bedoeld dat er gebruik wordt gemaakt van energie van radiogolven die door de ingebrachte naald worden toegediend.

Door middel van een echografie of CT-scan wordt de naald exact op de juiste locatie in of nabij de tumor geplaatst.
Voor grotere tumoren is er een vergelijkbare behandeling maar dan met behulp van microwave ablatie. Dit is een vorm van warmtetherapie waarbij de tumor kortdurend wordt verhit. Door het gebruik van deze methode kan er een groter bereik verkregen worden, waardoor de MWA dus geschikt is voor tumoren die wat groter zijn.

CT-scan

Voorbereiding

Voor deze behandeling krijgt u narcose. Tijdens uw afspraak met de anesthesioloog (preoperatieve screening) bespreekt de deze welke soort narcose u krijgt.
De interventieradioloog die de behandeling uitvoert, bespreekt met u de RFA/MWA behandeling.
Meestal vindt dit gesprek plaats in combinatie met eventuele radiologische vooronderzoeken Dit kan een CT scan, een echo of foto zijn.

Wat u altijd moet melden

  • Bent u zwanger of denkt u dit te zijn? Neem dan contact op met uw arts vóór het onderzoek.
  • Bent u overgevoelig voor jodiumhoudende contrastmiddelen? Geef dit dan vóór het onderzoek door aan uw behandelend arts.
  • Bent u overgevoelig voor ontsmettende jodium op de huid? Dan bent u niet automatisch allergisch voor het jodium in een contrastmiddel, maar dit moet u wel melden aan de medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige.
  • Heeft u last van allergieën? Graag vóór het onderzoek melden.
  • Heeft u een nieraandoening? Meld dit dan meteen aan uw behandelend arts, zodat hij tijdig voorzorgsmaatregelen kan nemen of voor een alternatief onderzoek kan kiezen.
  • Bent u diabetespatiënt (suikerpatiënt)? Meld dit dan vóór het onderzoek, aan uw behandelend arts.

Medicijnen

Gebruikelijke medicijnen kunt u op de normale wijze blijven innemen. Uitzondering hierop zijn:

  • Bent u onder controle van een trombosedienst in verband met het gebruik van bloedverdunners, zoals Marcoumar of Sintrom? Of gebruikt u bloedverdunners zoals Rivaroxaban, Dabigatran of Edoxaban? Dan maakt uw arts hierover met u een afspraak. Meestal moet u een aantal dagen voor de behandeling stoppen of wordt de dosering aangepast.
  • Gebruikt u Ascal, Plavix of Fraxiparine? Het kan zijn dat u voor de de behandeling hier mee moet stoppen. Bespreek dit daarom tijdig met uw behandelend arts.
  • Bent u niet zeker of u bloedverdunnende medicatie gebruikt, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Opname

Voor de behandeling wordt u op dezelfde dag, of één dag voor de behandeling, opgenomen in ons ziekenhuis. Dit heeft te maken met eventuele vooronderzoeken en/of het tijdstip van de behandeling. Bureau Opname informeert u over uw opname.

Bij opname krijgt u op de verpleegafdeling een algemeen lichamelijk onderzoek en er wordt bloed geprikt om uw nierfunctie te controleren en de bloedstolling te bepalen. Voor dit onderzoek moet u nuchter zijn.

  • U mag zes uur van te voren niet eten en drinken.
  • Tot twee uur van tevoren is wel het drinken van heldere dranken toegestaan. (geen melk of melkproducten, eventueel beperkt gebruik melkpoeder in de koffie is toegestaan)
  • Vanaf twee uur van tevoren mag u helemaal niets meer drinken.

Ook krijgt u een infuus ingebracht. U blijft in totaal minimaal twee dagen opgenomen, de dag van de behandeling en de dag erna.

Opname

Behandeling

De behandeling duurt gemiddeld twee uur, en zal plaatsvinden op de afdeling Beeldvorming. Vanuit de verpleegafdeling zult u naar de CT gebracht worden waar de radioloog u uitleg geeft. Vervolgens zal de anesthesie medewerker u onder narcose brengen.  Na de behandeling gaat u naar een uitslaapkamer en/of de verpleegafdeling. Daar worden verschillende controles gedaan en mag u na enkele uren weer gewoon eten en drinken. Omdat u maar een klein wondje hebt, is de opnameduur kort. U mag, als er geen complicaties zijn en de noodzakelijke vervolgonderzoeken zijn uitgevoerd, de dag na de ingreep weer naar huis.

Voorafgaand aan het onderzoek kunt u vragen stellen aan de aanwezige radioloog en/of medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige.

Mogelijke risico’s en complicaties

Uw behandelend specialist heeft de geringe kans op complicaties afgewogen tegen het te verwachten nut van de behandeling. Het team dat de behandeling uitvoert, heeft zich gespecialiseerd in het voorkomen en behandelen van bijwerkingen.

Het risico op een complicatie wordt kleiner door de juiste voorbereidingen te treffen. In veel gevallen wordt om die reden uw nierfunctie gecontroleerd, wordt uw bloed gecontroleerd en eventueel afspraken gemaakt om met bloedverdunnende medicijnen te stoppen, dan wel de dosering aan te passen. Vergeleken met een operatie is de kans op complicaties bij een RFA/MWA procedure klein.

 

De meest voorkomende klacht na de behandeling is pijn in de bovenbuik. Een enkele keer treden er complicaties op. Als dat bij u het geval is wordt, in overleg met u en uw behandelend specialist, besloten hoe deze te behandelen.
Complicaties die kunnen voorkomen zijn onder andere afhankelijk van de plaats waar de behandeling plaatsvindt (zoals lever, long, nier). Deze complicaties zijn:

  • Grote bloedingen rondom het behandelgebied of in de vrije buikholte.
  • Beschadiging van de aangrenzende organen.
  • Leverfalen.
  • Infecties.
  • Gallekkage.
  • Pneumothorax (klaplong).

Effect van de behandeling

Het effect van de RFA/MWA behandeling hangt af van verschillende factoren. Om dit juist te kunnen inschatten wordt, in samenspraak met uw behandelend arts, een tijdstip bepaald waarop radiologische vervolgonderzoeken moeten plaatsvinden.
Uw behandelend specialist en/of de behandelend interventieradioloog bespreekt het resultaat van de behandeling met u en de (eventuele) radiologische vervolgonderzoeken.

Na de behandeling

Het is mogelijk dat u na de ingreep pijn heeft. In overleg met uw behandelend arts kunt u hiervoor pijnstilling innemen.

Contact

Hebt u na het lezen van deze informatie, neem dan contact met ons op. Bent u verhinderd voor uw afspraak, geef dit dan zo spoedig mogelijk door aan de afdeling Beeldvorming. Dan maken wij als dat mogelijk is, een nieuwe afspraak met u.

Beeldvorming
043-387 75 00 maandag t/m vrijdag tussen 8.00 tot 16.30 uur

Laatst bijgewerkt op 2 maart 2021