Folder

ALS en erfelijkheid

DNA-diagnostiek naar ALS bij patiënten en familieleden

Wat is ALS?

ALS is de afkorting voor amyotrofische laterale sclerose. Het is een zenuw- en spierziekte die steeds erger wordt. De zenuwcellen in de hersenen, hersenstam en het ruggenmerg sterven langzaam af.

Wat zijn de gevolgen van ALS? 

  • De spieren in armen en benen worden steeds zwakker.
  • Men kan moeilijker praten en slikken.
  • Dagelijkse handelingen gaan steeds moeilijker.
  • Sommige patiënten hebben naast ALS ook frontotemporale dementie (FTD). Zij hebben moeite met hun geheugen, denken, lezen en schrijven. Ook kunnen zij zich anders gaan gedragen. 

Erfelijkheid en ALS

  1. Familiaire ALS
    Minder dan 10% van de mensen met ALS heeft een familiaire vorm.
    We spreken van familiaire ALS wanneer twee of meer familieleden de ziekte hebben. FTD kan in dezelfde families voorkomen.
  2. Sporadische ALS
    Ongeveer 90% van de mensen met ALS heeft géén andere familieleden met ALS. 

De klachten en symptomen zijn bij beide vormen hetzelfde. De klinisch geneticus zal u vragen of ALS of FTD in uw familie voorkomt. Dit noemen we stamboomonderzoek. 

DNA-onderzoek bij ALS

Bij ongeveer 60% van de mensen met familiaire ALS vinden we een afwijking in het DNA, in een van de bekende ALS-genen.

Bij de overige 40% weten we nog niet wat de genetische oorzaak is. We doen wetenschappelijk onderzoek om nieuwe genen te vinden. 

Bij ongeveer 10% van de mensen met sporadische ALS vinden we een DNA-afwijking. Vaak in het C9orf72 gen.

Overerving

In de meeste gevallen erft familiaire ALS autosomaal dominant over. Dit betekent dat de persoon met een afwijkend gen 50% kans heeft het door te geven aan zijn kind.

Een genetische afwijking betekent een verhoogde kans op de ziekte. Maar het is niet zeker dat u ALS of FTD ook echt krijgt. 

DNA-onderzoek bij ALS-patiënten

DNA-onderzoek naar afwijkingen in het C9orf72 gen en andere bekende ALS-genen kan aantonen of u een erfelijke vorm van ALS heeft. De klinisch geneticus legt de voor- en nadelen van DNA-onderzoek uit. Indien u besluit DNA-onderzoek te laten doen, worden twee buisjes bloed afgenomen. De uitslag is er meestal na ongeveer twee maanden. De klinisch geneticus bespreekt de uitslag met u. Als u dat wilt kan dat samen met familieleden. 

U kunt er ook voor kiezen om uw bloed te laten invriezen als u nu nog geen DNA-onderzoek wilt laten doen. 

Voorspellend DNA-onderzoek bij familieleden

Gezonde familieleden (zoals kinderen, broers en zussen) kunnen ervoor kiezen om voorspellend DNA-onderzoek te laten doen. Zij moeten zich dan door de eigen huisarts laten verwijzen naar een klinisch geneticus. 

Deze punten zijn belangrijk om te weten: 

  • Er bestaat nog geen behandeling om ALS te genezen of te voorkomen.
  • DNA-onderzoek kan laten zien of iemand een erfelijke verandering draagt. Het kan niet laten zien of en op welke leeftijd ALS of FTD zal ontstaan. Bij sommige dragers ontstaat de ziekte pas op hoge leeftijd, soms pas rond het 75e levensjaar.
  • Bij een eventuele kinderwens bespreekt de klinisch geneticus wat er mogelijk is. Bijvoorbeeld DNA-onderzoek tijdens de zwangerschap (prenatale diagnostiek) of zwanger worden via ivf met embryoselectie. Dit heet een preïmplantatie genetische test, afgekort PGT. 

Contact

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact met ons op.

Maastricht UMC+
Polikliniek Klinische Genetica
T: (+31) (0)43 3875855
E: polikliniek.klinischegenetica@mumc.nl 
Website: klinischegenetica.mumc.nl

Polikliniek Neurologie
T: (+31) (0)43 38765 00
Website: hersenenzenuwcentrum.mumc.nl

Meer weten?

Laatst bijgewerkt op 10 maart 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-905