MUMC+

Folder

Glucosesensor

Meten van glucosewaarden met een sensor

Samen met uw dokter denkt u na over een glucosesensor. Het is voor mensen met diabetes mellitus belangrijk dat ze zelf hun glucosewaarden stabiel kunnen houden. Dat maakt de de kans op nare gevolgen van de diabetes kleiner. Een glucosesensor biedt de mogelijkheid om glucosewaarden goed in de gaten te houden.

Er zijn 2 soorten glucosesensoren:
1. Flash Glucose Monitoring (FGM)
2. Continue Glucose Monitoring (FGM)

Niet iedereen heeft recht op de vergoeding van de glucosesensor. Meer over de vergoeding vindt u verder op in deze folder. De diabetesverpleegkundige kan samen met u kijken of u een vergoeding kan krijgen. Ook kijken jullie samen welke glucosesensor het beste bij u past.

Het dragen van een FGM systeem
Het dragen van een FGM systeem

Flash Glucose Monitoring

Flash Glucose Monitoring bestaat uit een sensor en een ontvanger. U brengt de sensor in het onderhuidse weefsel op de achterkant van uw bovenarm. Dan meet die sensor dag en nacht elke minuut de glucose onder uw huid. Dat is een goede maat voor de glucose in het bloed. 

Met de ontvanger gaat u langs de sensor. Dit heet 'flashen' of 'scannen'. Dit doet u met een reader of met een app op uw 'smart' telefoon. Daarna ziet u op de ontvanger de glucose. U kunt zo uw glucosewaarden volgen. U kunt daar ook trendpijlen en een grafiek zien. Ook is het mogelijk om alarmen in te stellen.

Twee voorbeelden van het dragen van een CGM systeem

Het dragen van een RT-CGM systeem
CGM staat rechts op de foto
Het dragen van een RT-CGM systeem
CGM staat links op de foto

Continue Glucose Monitoring

Continue Glucose Monitoring  bestaat uit een sensor, een zender en een ontvanger. U brengt de sensor in het onderhuidse weefsel op uw buik. Dan meet die sensor dag en nacht steeds (continue) de glucose onder uw huid. Dat is een goede maat voor de glucose in het bloed.

Sommige CGM sensoren moet u kalibreren. Dit betekent dat u met een vingerprik een glucosewaarde meet. Deze waarde voert u in het systeem in. Het systeem controleert of de waarde niet te veel verschilt.

De zender stuurt de metingen steeds (continue) door naar de ontvanger. De ontvanger is bijvoorbeeld een reader, een app op uw 'smart' telefoon, of een insulinepomp. Op de ontvanger houdt u steeds de glucosewaarden in de gaten. Op de ontvanger ziet u ook trendpijlen en een grafiek. Ook is het mogelijk om alarmen in te stellen.

Bij verschillende CGM systemen is het mogelijk een verbinding te maken met een insulinepomp. Hierdoor past de insulinepomp de hoeveelheid insuline direct aan, aan de glucosewaarde op dat moment. Dit heet een 'closed loop' systeem.

De kenmerken op een rij

Kenmerken van de Flash Glucose Monitoring:
  • De sensor slaat de glucosewaarden 8 uur lang op.
  • Voor een compleet beeld moet u dus om de 8 uur scannen.
  • De sensor kan 14 dagen blijven zitten.
  • De sensor is waterbestendig.
  • Kalibreren van de sensor is niet nodig.
  • Let op: de meting van de glucose onder de huid loopt ongeveer 5 tot 10 minuten achter dan de glucose van de vingerprik.
  • Ook is de glucose in het hoge (boven de 12 mmol/L) of lage (onder de 4 mmol/L) gebied minder precies. Dan moet u toch een glucose controle doen met de vingerprik.
 
Kenmerken van de Continue Glucose Monitoring:
  • De zender stuur steeds (continue) de glucosewaarden naar de ontvanger.
  • De sensor kan 7 of 10 dagen blijven zitten. Dit hangt af van het systeem.
  • De meeste sensoren zijn waterbestendig.
  • Het wel of niet kalibreren van de sensor hangt af van het systeem.
  • Of 'closed loop' systeem mogelijk is, hangt af van het systeem.
  • Let op: de meting van de glucose onder de huid loopt ongeveer 5 tot 10 minuten achter dan de glucose van de vingerprik.
  • Ook is de glucose in het hoge (boven de 12 mmol/L) of lage (onder de 4 mmol/L) gebied minder precies. Dan moet u toch een glucose controle doen met de vingerprik.

Voor wie?

Zelfcontrole kan op verschillende manieren: de vingerprik, FGM en CGM.  Als u meerdere keren op een dag insuline spuit, dan moet u ook meerdere keren op een dag de glucose controleren.

FGM helpt veel mensen met diabetes mellitus om hun glucosewaarden te controleren. Vergeleken met de vingerprik, zijn er veel meer glucosewaarden te zien. Zo begrijpen we het beloop van uw glucosewaarden beter.  En neemt u makkelijker een beslissing over hoeveel insuline u nodig heeft.

CGM is alleen voor een kleine groep mensen met diabetes mellitus nuttig en noodzakelijk.  Het is belangrijk dat andere manieren om tot stabiele glucosewaarden te komen, zo goed mogelijk geprobeerd zijn.
Lukt dat niet? Dan bekijken we of CGM voor u een mogelijkheid is.

Het gebruik van CGM vraagt veel inzet, deskundigheid en enthousiasme van het behandelteam en vooral van u zelf. Daarnaast zijn er bij CGM nog een aantal andere regels waar u en het behandelteam rekening mee moeten houden. De diabetesverpleegkundige bespreekt deze met u in de spreekkamer. 
We noemen hier de belangrijkste:

  • U heeft samen met het behandelteam een behandeldoel afgesproken.
    Deze staat ook in uw patiëntendossier.
  • U kan koolhydraten tellen en koolhydraat/insuline ratio gebruiken
  • U kan een boluscalculator gebruiken
  • U leert de CGM goed te gebruiken
  • U kan omgaan met de alarmen van de CGM
  • U kan omgaan met ontregelingen van de diabetes
  • U kan omgaan met storingen van CGM
  • U bent akkoord met het delen van de gegevens van de CGM met het behandelteam
  • U komt regelmatig op de afspraken
  • Als u zich niet aan de regels houdt, kan het behandelteam besluiten om de CGM te stoppen

Hoe is de vergoeding van glucosesensoren geregeld?

In Nederland krijgen alle mensen die insuline gebruiken een bloedglucosemeter (zelfcontrole door de vingerprik) vergoed uit de basisverzekering.

De zorgverzekeraar vergoedt de glucosesensor ook uit de basisverzekering. Maar alleen als u in een van de groepen of situaties hieronder valt.

Voor FGM zijn dat de volgende groepen of situaties:
  • Mensen met diabetes type 1 
  • Mensen met diabetes type 2 met een intensief insulineschema
  • Zwangere vrouwen met bestaande diabetes type 2 die insuline gebruiken maar geen intensief insulineschema hebben
  • Vrouwen met zwangerschapswens bij een preconceptionele diabetes type 2 die insuline gebruiken maar geen intensief insulineschema hebben
Voor CGM zijn dat de volgende groepen of situaties:
  • Kinderen met diabetes type 1
  • Volwassenen met slecht ingesteld diabetes type 1 (ondanks standaard controle blijvend hoog HbA1c >8% of >64 mmol/mol)
  • Patiënten met diabetes type 1, die kampen met herhaalde ernstige hypoglykemieën en/of die ongevoelig zijn om hypoglykemie waar te nemen (‘hypoglycemia unawareness’)
  • Zwangere vrouwen met bestaande diabetes (type 1 en 2)
  • Vrouwen met een zwangerschapswens bij een preconceptionele diabetes (type 1 en type 2)

Contact

Heeft u vragen over deze folder?
Dan kunt u bellen met de Brugpoli: 043 – 387  56 69.

Websites

Laatst bijgewerkt op 23 januari 2024. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-932