Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Informatie over algehele anesthesie, sedatie of plaatselijke verdoving

Narcose, sedatie of plaatselijke verdoving

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een ingreep (een onderzoek, behandeling of operatie) onder algehele anesthesie (narcose), sedatie of plaatselijke verdoving. In deze folder staan deze verschillende vormen van anesthesie beschreven.

Om u zo goed mogelijk voor te bereiden, spreekt u vooraf met de anesthesioloog (in opleiding) of Physician Assistent (PA). Deze stelt zich op de hoogte van uw gezondheidstoestand en informeert u over de anesthesie, sedatie of plaatselijke verdoving. Verder beantwoordt hij/zij graag uw vragen hierover. Mogelijk ontmoet u tijdens de ingreep een andere persoon dan degene met wie u het voorbereidende gesprek had.

Verschillende soorten van anesthesie

Tijdens het voorbereidende gesprek bespreekt de anesthesioloog samen met u de mogelijke vormen van anesthesie. 
De anesthesie die u krijgt, hangt af van:

  • de ingreep
  • uw gezondheidstoestand
  • uw persoonlijke voorkeur
(   ) Algehele anesthesie

Bij algehele anesthesie (narcose) brengt de anesthesioloog u in slaap. Hij of zij gebruikt hiervoor medicijnen. Dit zijn slaapmiddelen, pijnstillers en soms ook spierverslappers. Ze zorgen ervoor dat u tijdelijk het bewustzijn verliest en geen pijn voelt.
U krijgt de medicijnen via een infuus, een mondkapje of soms via een buisje in de luchtweg. De meest gebruikte manier is het infuus.
Via het mondkapje brengt de anesthesioloog extra zuurstofrijke lucht in de longen. Dit is voor uw eigen veiligheid. 
Bij korte behandelingen regelt de anesthesioloog uw ademhaling ook met dit kapje.
Bij langere behandelingen regelt hij uw ademhaling via een buisje in de luchtpijp (intubatie) of via een keelmasker.
Bij een keelmasker komt het buisje tot achter in de keel. 
In beide gevallen brengt hij het buisje pas in als u slaapt. U merkt hier niets van.

Algehele anesthesie 1
algehele anesthesie 2
(   ) Sedatie

Bij sedatie gaat u zich slaperig en comfortabel voelen. Via een infuus geeft de anesthesioloog u slaapmedicatie en vaak ook pijnstillers.
Tijdens de behandeling kan hij de diepte van de sedatie sturen. U krijgt een electrode op uw voorhoofd geplakt om te contoleren hoe diep u slaapt. De diepte kan gaan van lichte tot diepe sedatie.
De voorbereiding voor sedatie is precies dezelfde als die bij het krijgen van narcose. U moet dus nuchter zijn.
Tijdens de sedatie blijven uw reflexen intact. Dit wil zeggen dat u zelf blijft ademen en u kunt hoesten of slikken.
Lichte sedatie noemen we ook weleens ‘roesje’.

(   ) Plaatselijke verdoving door een ruggenprik 

Er bestaan 2 soorten ruggenprikken:

(   ) Spinale verdoving

Dit is een ruggenprik waarbij de anesthesioloog het onderlichaam verdooft. Eerst verdooft hij de huid op de rug. Zo voelt u de echte prik nauwelijks.
Daarna spuit de anesthesioloog medicijnen in het ruggenmergvocht. U krijgt nu een warm gevoel in de benen en u kunt ze tijdelijk niet bewegen.
U blijft in principe wakker tijdens de ingreep.

plaatselijke verdoving door ruggenprik
(   ) Epidurale verdoving

De anesthesioloog kan een epidurale verdoving geven bij een ingreep aan:

  • het bovenlichaam
  • de buik
  • het bekken
  • het onderlichaam
  • de benen

Een epidurale verdoving is een ruggenprik voor behandelingen die langer duren.
Meestal krijgt u bij deze verdoving ook nog een narcose. 
Deze ruggenprik kan ook dienen voor pijnstilling na de operatie.

Bij de epidurale verdoving verdooft de anesthesioloog de zenuwen die van het ruggenmerg naar het te opereren gebied lopen. 
Eerst verdooft hij de huid op de rug. Hierdoor voelt u de echte prik nauwelijks. 
Dan brengt de anesthesioloog een naald tussen 2 wervels en laat hij een soepel dun slangetje in de rug achter. Het slangetje noemen we een epiduraalkatheter. Via dit slangetje kan u pijnstillers krijgen tijdens de operatie en de dagen na de operatie.
Deze verdoving schakelt het gevoel en voor een deel ook de beweging van het onderlichaam tijdelijk uit.


Als u terug op de verpleegafdeling bent, komt de pijnverpleegkundige u bezoeken.

(   ) Plaatselijke verdoving via een zenuwblokkade

Voor ingrepen aan armen en benen kan u voor een zenuwblokkade kiezen.
De anesthesioloog blokkeert dan tijdelijk de zenuwen.
Hij spuit een verdovingsmiddel in rondom een zenuwbaan. Hierdoor heeft u geen pijn tijdens de ingreep en een tijd na de ingreep. 
U blijft wakker tijdens de ingreep. Als u toch liever wilt slapen, dan kunt u om een slaapmiddel vragen.

(   ) Combinatie van anesthesievormen

De meest voorkomende bijwerkingen bij verschillende vormen van anesthesie

  • misselijkheid en/of braken;
  • keelpijn en heesheidsklachten;
  • urineretentie (tijdelijk niet goed kunnen plassen bij bij plaatselijke anesthesie);
  • allergische reacties ten gevolge van medicijnen;
  • ademhalingsstoornissen.

Al deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk en van korte duur.

Kans op tandschade

In zeldzame gevallen kan tijdens de narcose schade aan uw gebit ontstaan.
Dit kan gebeuren bij het plaatsen van het beademingsbuisje (tube). 
Ook bij sommige ingrepen van bijvoorbeeld de KNO-arts, MDL-arts of cardioloog kan dit gebeuren.
Het risico op gebitsschade is groter als u facings, kronen of bruggen heeft of als u een slecht gebit heeft.

Krijgt u een narcose of andere behandeling waarbij er risico is op schade aan het gebit? Dan noteren we de status van uw gebit in uw medisch dossier. 

Voorbereiding

U moet zich goed voorbereiden voor uw eigen veiligheid. Zo verkleint u de kans op bijwerkingen en complicaties door de anesthesie.

Wat moet u altijd doen als voorbereiding?

  • Houd u aan het nuchterbeleid (zie verder)!
  •  24 uur vóór en 24 uur ná de ingreep mag u niet roken, geen alcohol drinken en geen andere drugs gebruiken. Het helemaal stoppen met roken zorgt ook voor een betere wondgenezing.
  • Verwijder donkere nagellak en/of gelnagels.
  • Homeopathische medicijnen moet u 1 week voor de ingreep stoppen. 
  • Verwijder sieraden, contactlenzen, piercings en/of een kunstgebit.
  • Bij een plaatselijke verdoving overlegt u met de anesthesioloog of u uw hoorapparaten, bril en kunstgebit in of op mag houden. U mag ook uw eigen muziek meebrengen.
  • Neem uw afsprakenkaart mee naar het ziekenhuis.
  • Neem vooraf (thuis) een douche of een bad. Poets uw tanden.
  • Neem geen belangrijke dingen zoals sieraden, horloge, geld en bankpasjes mee naar het ziekenhuis. U kunt er een paar uur niet zelf op letten.
  • Draag losse, gemakkelijke kleding,
  • Het kan zijn dat u na de ingreep nog een tijdje in het ziekenhuis moet blijven.

Indien u op de dag van de ingreep opgenomen wordt

Voor uw eigen veiligheid is het erg belangrijk dat u tijdig nuchter bent op de dag van uw ingreep.

Wat betekent nuchter zijn?

Het Bureau Opname stuurt u de juiste datum en het tijdstip dat u zich moet aanmelden bij de balie van de afdeling. Vanaf dat tijdstip van aanmelden rekent u terug:

  • Vanaf 6 uur voor aanmelding mag u niets meer eten. U mag wél nog helder (suikerhoudend) vocht drinken, dus water (zonder koolzuur), thee of koffie, maar zónder melk.
  • Vanaf 2 uur voor aanmelding mag u niets meer eten of drinken. Uw gewone medicijnen moet u wel met wat water innemen.
  • Bij sommige ingrepen, zoals onderzoek van de maag of de darmen, zijn er andere specifieke afspraken over nuchterheid.
  • Als u te kort voor uw ingreep gegeten en/of gedronken heeft, kan uw ingreep niet doorgaan. Dan is de kans te groot dat uw maaginhoud in uw longen loopt.

Is het voor u niet nodig dat u nuchter bent voor de ingreep? Dan zal de arts dit vooraf met u bespreken.
Hebt u voor uw ingreep nog vragen over eten, drinken of geneesmiddelengebruik? Bel dan met de polikliniek Anesthesiologie: 043-387 45 00.

Bent u de dag voor uw ingreep in het ziekenhuis opgenomen? 

Dan zal de verpleging van de afdeling met u bespreken vanaf wanneer u niet meer mag eten en/of drinken.

Na de ingreep

  • Na een ingreep onder narcose of verdoving mag u gedurende 24 uur niet zelf deelnemen aan het verkeer. Dit wilt zeggen dat u niet mag autorijden of fietsen. Ook mag u niet zonder begeleiding gebruik maken van het openbaar vervoer. U mag gedurende 24 uur niet met machines werken. Door de nawerking van de verdovingsmedicijnen kan het zijn dat u niet helder reageert.
    Regel daarom vooraf iemand die u na de ingreep terug naar huis brengt!

     
  • Het is belangrijk dat u de eerste nacht na de ingreep niet alleen thuis bent. Of zorg ervoor dat er die nacht iemand dicht bij u in de buurt goed bereikbaar is. Zodat u snel hulp hebt bij eventuele complicaties, zoals extreme pijn, misselijkheid of een nabloeding.
     
  • Pijnbestrijding  
    De behandelende anesthesioloog spreekt met u af welke pijnmedicatie voor u de juiste is. Bij sommige ingrepen gaat de pijnbestrijding via pijnpompen of katheters. In dat geval bezoekt ons pijn-team en/of anesthesioloog u de eerste dagen na de ingreep.

 

  • We willen graag weten hoeveel pijn u heeft.
    Daarom vragen we u 3 keer per dag een ‘pijncijfer’ te geven. Het pijncijfer is een indeling op een schaal van 0 (geen pijn) tot 10 (ergste pijn).
    U geeft zélf een cijfer voor de pijn en u geeft aan of dit acceptabel is. De verpleegkundige noteert dit cijfer.
    Als hulpmiddel krijgt u een pijnkaart te zien (zie afbeelding 4 Pijnschaal)
  • Bent u in dagbehandeling? Zorg er dan voor dat u van tevoren paracetamol in huis heeft. Hoe u het moet gebruiken, vertellen we u voordat u naar huis gaat. Andere pijnmedicatie ontvangt u na de ingreep op recept van de arts. U kunt uw medicijnen afhalen bij uw eigen apotheek of bij de apotheek in het ziekenhuis.
Pijnschaal
Afbeelding 1: Pijnschaal

Contact

Heeft u voor uw ingreep nog vragen over eten, drinken of geneesmiddelengebruik? Neem dan contact met ons op:

Polikliniek Anesthesiologie 043-387 45 00

Websites

Laatst bijgewerkt op 1 augustus 2022