Folder
Gynaecologische kanker: Radicale hysterectomie
Wertheim-operatie bij baarmoederhalskanker
Deze operatie gebeurt vaak bij baarmoederhalskanker (en soms ook bij baarmoederkanker). De gynaecoloog heeft u (samen met de radiotherapeut) eerder al onderzocht. Hij heeft toen bekeken in welke fase de ziekte is. De arts heeft samen met u besloten dat deze operatie de beste behandeling is.
De operatie
Tijdens de operatie is het de bedoeling om de tumor helemaal te verwijderen. Hierbij worden de baarmoeder, de baarmoederhals, het omringende steunweefsel (parametrium) en het bovenste gedeelte van de vagina weggehaald. Ook de lymfklieren in het bekken worden verwijderd. Deze lymfklieren onderzoeken we op uitzaaiingen.
De eierstokken blijven bij deze operatie in principe zitten. Als u niet meer menstrueert, dan nemen we de eierstokken en eileiders weg.
We maken een incisie (snee) in uw buik. Als de ingreep met de robot gebeurt, zullen er een paar gaatjes gemaakt worden in uw buik.
De operatie duurt ongeveer 4 à 5 uur.
Heel soms moeten we de operatie stoppen omdat tijdens de ingreep blijkt dat de ziekte uitgebreider is dan verwacht. In dat geval kan bestraling een mogelijkheid zijn.
Voorbereiding
Voordat de operatie, bezoekt u meerdere keren de polikliniek Oncologie. U krijgt een aantal gesprekken en onderzoeken:
• Bloedonderzoek
• MRI of PET-MR
• Een röntgenfoto van de longen (als dit nog niet is gebeurd)
Een aantal onderzoeken krijgt u meteen tijdens uw afspraak op de polikliniek. Andere onderzoeken worden gepland door de verpleegkundige specialist.
Wilt u nog iets weten over een onderzoek? Of heeft u andere vragen? Dan kunt u maandag tot en met vrijdag tussen 13.00 en 14.00 uur bellen met de verpleegkundig specialist. De telefoonnummers staan bij ‘Contact’.
Afspraak over verdoving (anesthesie)
Deze operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose). Voor de operatie bezoekt u de anesthesist. Dit is de specialist voor verdoving en pijnbestrijding (het tegenhouden van pijn). De anesthesist bekijkt uw lichamelijke conditie en beslist of er voor de narcose nog extra onderzoek nodig is.
De operatiedatum
Soms krijgt u meteen te horen wat de operatiedatum is. Als dat niet gebeurt, krijgt u na een tijdje een oproep. Een medewerker van Bureau Opname belt u over de precieze datum en tijd.
De dag van opname
U wordt opgenomen op de operatiedag zelf óf een dag ervoor. Dit hangt af van het tijdstip van de operatie. Bureau Opname belt u hierover.
Op de dag van de operatie moet u nuchter blijven. Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur niets meer mag eten. Tot 2 uur voor de operatie mag u wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee of appelsap.
Op de dag van de opname meldt u zich bij de informatiebalie in de Serrehal. Een van de vrijwilligers brengt u naar de afdeling.
Op de afdeling bereiden de zaalarts en verpleegkundige u voor op de operatie. Ze meten uw temperatuur, pols en bloeddruk.
Kijk hieronder de video ‘Naar de operatiekamer’.
Voorlichtingsfilm 'Naar de OK'
Bekijk deze video online op info.mumc.nl/pub-1523
De narcose
De operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose). Vaak geven we ook een plaatselijke verdoving (ruggenprik).
Ruggenprik:
Via een prik tussen 2 ruggenwervels krijgt u een verdovende stof ingespoten. Dit verdooft de pijnzenuwen in uw onderlichaam. Hierdoor voelt u van onder de navel tot aan de tenen tijdelijk niets meer. Het voordeel hiervan is dat u minder zware narcosemiddelen nodig heeft.
Door de ruggenprik kunt u tot een paar uren na de operatie uw benen niet goed bewegen.
De dag van de operatie
Op de ochtend van de operatiedag kunt u gewoon douchen. Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u al uw kledingstukken uit en trekt u een ziekenhuisjasje aan. U mag geen sieraden, make-up, contactlenzen of kunstgebit dragen.
Op de afgesproken tijd brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer.
Na de operatie
Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery). Wij controleren u regelmatig en verzorgen u. Bent u goed wakker en gaat het goed met u? Dan brengt een verpleegkundige u terug naar de afdeling.
Tijdens de operatie krijgt u een aantal slangetjes in uw lichaam:
• een infuus voor het naar binnen brengen van vocht, en als het nog nodig is medicijnen
• een dun, soepel slangetje in uw rug voor de pijnbestrijding: een epidurale katheter
• een dun, soepel slangetje in de blaas: een blaaskatheter
Als u een operatie met een robot hebt gehad, draagt u na de operatie steunkousen totdat u weer goed kunt lopen. Direct na de operatie bespreekt de arts met uw familie of contactpersoon hoe de operatie is gegaan. De arts bespreekt dit ook met u, terwijl u op de recovery of op de verpleegafdeling ligt.
Vlak na de operatie krijgt u hulp van verpleegkundigen. U krijgt medicijnen tegen pijn. Ook krijgt u prikken tegen trombose. Trombose is een bloedprop die een ader helemaal of voor een deel kan afsluiten. Om dit te voorkomen, zet u tot 5 weken na de operatie elke dag een spuit met een antistollingsmiddel. De verpleegkundige leert u de spuit zelf te zetten, onder de huid. Als u of iemand in uw omgeving geen spuiten kan zetten, meld dit dan bij ons. Dan regelen wij thuiszorg.
Goed doorzuchten en bewegen is belangrijk.
Na 3 dagen verwijderen we de blaaskatheter. Daarna krijgt u een paar keer een echo om te zien of er geen urine meer in de blaas zit. Zo kunnen we zien of de blaas weer goed werkt.
De duur van de opname
De opname voor een radicale baarmoederverwijdering is van opname tot ontslag, gemiddeld 5 tot 7 dagen.
Weefselonderzoek en eventuele nabehandeling
De patholoog onderzoekt het weefsel dat is verwijderd. De uitslag van dit onderzoek duurt minimaal 5 werkdagen.
Elke week is er een multidisciplinair overleg tussen:
• de gynaecoloog oncoloog
• de oncoloog internist (chemotherapie)
• de radiotherapeut (bestraling)
• de patholoog
• de radioloog (beeldvorming)
• en de verpleegkundig specialist.
Zij bespreken hoe alles is gegaan en kijken of extra behandeling nodig is.
Ligt u op de dag van dit overleg nog op de verpleegafdeling? Dan bespreekt de specialist de uitslag met u. U kunt aan de zaalarts of verpleegkundige vragen wanneer u de uitslag kunt verwachten. Zodat u op tijd aan uw partner of een naaste kunt vragen om bij dit gesprek te zijn.
Bent u alweer thuis? Dan krijgt u een afspraak bij de polikliniek met uw behandelend arts. Tijdens deze afspraak hoort u de definitieve uitslag.
Extra behandeling
Heeft u een extra behandeling met chemotherapie nodig? Dan krijgt u een afspraak op de polikliniek.
Gevolgen van de operatie
• Plasproblemen: het kan zijn dat na de operatie uw gevoel te moeten plassen (aandrang) anders is. De kans is groot dat dit na een tijdje herstelt.
• Lymfoedeem: Soms komt het voor, dat door het weghalen van de lymfeklieren, er vochtophoping tussen de navel en de knieën ontstaat. U wordt dan doorverwezen naar een lymfoedeemtherapeut.
• Menstruatie en vruchtbaarheid: is uw baarmoeder verwijderd? Dan menstrueert u niet meer. Het is niet meer mogelijk om zwanger te worden. Als ook uw eierstokken zijn verwijderd, dan kunt u vervroegd overgangsklachten krijgen. Als dat gebeurt, kan uw arts u hormoonvervangende medicijnen voorschrijven.
• Seksualiteit: 6 tot 8 weken na de operatie kunt u lichamelijk gezien weer seks hebben. Door de operatie kunt u seks anders beleven. Het kan moeilijk zijn voor u en uw eventuele partner om te wennen aan de nieuwe situatie. We kunnen ons voorstellen dat u het moeilijk vindt om dit te bespreken. Maar bespreek dit wel met uw arts of verpleegkundige. Lees ook de folder 'Seksualiteit en kanker' (info.mumc.nl/pub-1497).
• Vermoeidheid: Na een grote operatie zoals deze kunt u lange tijd last hebben van vermoeidheid. Soms duurt dit meer dan een jaar. Merkt u na 3 maanden nog geen verbetering? Neem dan contact op met uw verpleegkundig specialist. Lees ook de folder 'Vermoeidheid bij kanker: informatie, adviezen en tips' (info.mumc.nl/pub-202).
Herstelperiode
Houd rekening met een herstelperiode van 4 tot 6 weken. Krijgt u nog een extra behandeling? Houd dan rekening met een langere hersteltijd.
De eerste tijd thuis kunt u alle activiteiten doen die u lichamelijk kan doen. Wij adviseren u om geen zwaar lichamelijk werk te doen. Huishoudelijke hulp kan wenselijk zijn. Het is verstandig om dit van tevoren te regelen.
De eerste week thuis krijgt u een telefonische afspraak met de verpleegkundig specialist. Dit om u te ondersteunen bij uw herstel.
Als geen vervolgbehandeling nodig is, komt u na ongeveer 4 tot 6 weken terug op de polikliniek bij de gynaecoloog. U krijgt hiervoor een afspraak mee zodra u het ziekenhuis verlaat.
Na de operatie blijft u in ieder geval 5 jaar lang onder medische controle bij de gynaecoloog. Als er 1 tot 2 jaar na de operatie geen bijzonderheden zijn, kunnen de verdere controles bij een gynaecoloog in een ziekenhuis bij u in de omgeving plaatsvinden als dit voor u van toepassing is.
Supportive care spreekuur
Ongeveer 6 tot 8 weken na de operatie krijgt u een uitnodiging voor het Supportive care spreekuur. U spreekt dan uitgebreid met de verpleegkundig specialist wat de gevolgen van de behandeling zijn.
Wanneer moet u een arts waarschuwen?
• als er plotseling veel bloed of vocht uit de wond komt
• als de wond rood is
• als u meer bloed verliest uit de vagina dan bij een gewone menstruatie
• bij pijn, als die niet minder wordt door gewone pijnstillers zoals paracetamol
• bij koorts boven 38 graden Celsius, als die langer duurt dan 1 dag
• bij pijn of een branderig gevoel bij het plassen
• bij misselijkheid die niet overgaat, of braken dat niet overgaat
• bij diarree of verstopping (obstipatie) die niet overgaat
Twijfelt u of voelt u zich onzeker over klachten die u heeft? Bel dan naar uw arts, de verpleegkundig specialist of uw huisarts.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Bel dan naar de verpleegkundig specialisten. Zij zijn bereikbaar op werkdagen van 13.00 tot 14.00 uur.
Verpleegkundig specialisten
Moniek Kamps
Telefoonnummer:043-387 65 43 - sein 7242
Charlotte Penders
Telefoonnummer: 043-387 65 43- sein5536
Heeft u na het lezen van deze folder nog algemene vragen? Of wilt u de afspraak veranderen? Bel dan met:
Polikliniek Oncologie
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 13.00 uur
Telefoonnummer: 043-387 64 00
Websites
- MUMC+ (www.mumc.nl/)
- Oncologie MUMC+ (oncologie.mumc.nl/)