mumc+ GOED

Folder

Buikoperatie bij een verdenking op eierstokkanker

Proeflaparotomie

U krijgt een operatie omdat er bij u een verdenking is op eierstokkanker. 
In deze folder staat informatie over de operatie.

Het doel van de operatie

Met deze operatie kijken we of er eierstokkanker is en hoe uitgebreid de tumor of ziekte is. Uw buik wordt open gemaakt met een snee van net boven de navel tot aan het schaambeen. Tijdens de operatie wordt de verwijderde tumor op het pathologisch laboratorium meteen onderzocht op de aanwezigheid van kwaadaardige cellen (een vriescoupe). Bij een vriescoupe wordt het te onderzoeken weefsel (voor een deel) bevroren, gesneden en gekleurd om snel een uitspraak te kunnen doen over de ernst van de tumor. Aan de hand van de uitslag van de vriescoupe besluit de gynaecoloog hoe uitgebreid de operatie moet zijn. Er zijn 3 mogelijkheden

  • Goedaardige tumor: Als het om een goedaardige afwijking gaat, wordt ook de andere eierstok soms verwijderd. Dit hangt af van uw leeftijd en uw eigen wensen.
  • Borderline tumor: Dit is een grensgeval tussen een goedaardige en een kwaadaardige tumor. Als uit het weefselonderzoek blijkt dat er sprake is van een borderline tumor, dan zal de gynaecoloog ook biopten (weefselmonsters) nemen van het buikvlies en het vetschort verwijderen. Afhankelijk van uw leeftijd en eventuele kinderwens worden ook de baarmoeder en de andere eierstok verwijderd. Door de uitslagen van het verdere weefselonderzoek kan het stadium van de ziekte worden bepaald. Dit wordt ‘stadiëring’ genoemd. In het algemeen is er bij dit soort eierstokkanker geen nabehandeling nodig.
  • Kwaadaardige tumor: Als uit het weefselonderzoek blijkt dat de tumor kwaadaardig is, dan verwijdert de gynaecoloog in het algemeen ook de andere eierstok, de baarmoeder en het vetschort. Daarnaast worden er biopten (weefselmonsters) afgenomen van het buikvlies. Ook de lymfklieren worden verwijderd uit de buik, om na te gaan of de tumor zich hierin heeft uitgezaaid. Door de uitslagen van het verdere weefselonderzoek kan het stadium van de ziekte worden bepaald. Afhankelijk van het stadium van de ziekte wordt eventueel chemotherapie als nabehandeling gegeven.

De kans dat de uitslag van het vriescoupe onderzoek afwijkt van de definitieve weefseluitslag is tien procent (1 op de 10). Als dat zo is, moet u mogelijk een tweede operatie krijgen.

Voorbereidingen op de polikliniek

Voordat u geopereerd wordt, bezoekt u meerdere malen de polikliniek Oncologie voor een aantal onderzoeken en gesprekken. De volgende onderzoeken vinden vaak plaats:

  • bloedonderzoek
  • een röntgenfoto van de longen
  • een CT van de onderbuik
  • een adnexecho: uitgebreide echo van de eierstokken

Een aantal onderzoeken vindt direct plaats tijdens uw afspraak op de polikliniek. Andere onderzoeken worden gepland door de verpleegkundige specialist. Wilt u nog iets weten over een onderzoek of heeft u andere vragen? Dan kunt u altijd tijdens het telefonisch spreekuur (dagelijks van 13-14 uur) bellen met de verpleegkundig specialist. 

Consult anesthesie

Voor de operatie bezoekt u de anesthesist, de specialist voor narcose en pijnbestrijding. Deze bekijkt uw algehele lichamelijke conditie en beslist of er voor de narcose nog aanvullend onderzoek nodig is. 

De oproep

Soms wordt een operatiedatum direct afgesproken. Als dat niet zo is, ontvangt u na enige tijd een oproep. Meestal belt een medewerker van het Opnamebureau u over de precieze datum en het tijdstip.

De dag van opname

U wordt op de operatiedag zelf óf een dag ervoor opgenomen. Dit hangt af van het tijdstip van de operatie. Bureau Opname belt u hierover. Voor de opname meldt u zich bij de informatiebalie in de Serrehal. Eén van de vrijwilligers brengt u naar de afdeling.

Bij opname vinden de voorbereidingen op de operatie plaats. Zo vindt er een routineonderzoek plaats door de zaalarts en de verpleegkundige. Temperatuur, pols en bloeddruk worden gemeten. Vanaf 24:00 uur mag u niets meer eten. U mag tot 2 uur voor de operatie wel nog heldere dranken (zoals water, thee, appelsap).

Het kan ook zo zijn dat u zich op de dag van de operatie nuchter moet melden. 

Kijk hieronder ook de voorlichtingsfilm "naar de operatiekamer". 

De narcose

De operatie vindt plaats onder algehele narcose (volledige verdoving). In verband met de pijnbestrijding tijdens en na de operatie wordt de algehele narcose vaak gecombineerd met een plaatselijke verdoving (ruggenprik).

Ruggenprik
Via een prik tussen twee ruggenwervels wordt een verdovende stof ingespoten die de pijnzenuwen in het onderlichaam verdooft. Daardoor is uw lichaam van onder de navel tot aan de tenen gevoelloos. Dit heeft tot gevolg dat u tijdens de operatie minder zware narcosemiddelen nodig heeft. Ook krijgt u in de eerste dagen na de ingreep continu pijnmedicatie toegediend via de katheter in uw rug. Door de ruggenprik kunt u tot enkele uren na de operatie uw benen niet goed bewegen.

Naar de OK - ondertitels

De operatie

De ochtend waarop u geopereerd wordt, kunt u gewoon douchen. Voordat u naar de operatiekamer gaat trekt u een ziekenhuisjasje aan. Andere kledingstukken mag u niet aanhouden. Draag geen sieraden, make-up, contactlenzen of kunstgebit. Op de afgesproken tijd wordt u door een verpleegkundige naar de operatiekamer gebracht.

Na de operatie

U wordt wakker op de uitslaapkamer (recovery), waar u regelmatig wordt gecontroleerd en verzorgd. 
Als u goed wakker bent en het goed met u gaat, gaat u terug naar de afdeling.

Tijdens de operatie zijn een aantal slangetjes in uw lichaam gebracht:

  • een infuus voor vochttoevoer en als het nog nodig is medicijnen
  • een dunne katheter in uw rug (een epiduraal katheter) voor de pijnbestrijding
  • een blaaskatheter. Dit is een dunne, flexibele slang die zorgt voor de afvoer van urine. U voelt deze slang over het algemeen nauwelijks zitten. De katheter wordt in uw blaas gebracht terwijl u onder narcose bent en blijft met behulp van een ballonnetje in de blaas zitten.

Direct na de operatie bespreekt de operateur met uw familie of contactpersoon het verloop van de operatie. De operateur bespreekt dit met u op de recovery of op de verpleegafdeling.

Vlak na de operatie krijgt u hulp van verpleegkundigen. U krijgt pijnbestrijding en u krijgt prikken tegen trombose. U moet deze prikken 4 tot 6 weken na de ingreep blijven zetten. In principe gaat u of een naaste dit zelf doen. Lukt dit echt niet? Dan proberen we hulp in te schakelen via de thuiszorg.

Goed doorzuchten en bewegen is belangrijk. Na 3 dagen verwijderen we de blaaskatheter. Om te beoordelen of de blaasfunctie weer in orde is, wordt nadat de blaaskatheter is verwijderd nog enkele keren gecontroleerd of er geen urine meer in de blaas zit. Dit gebeurt met een echo.

Weefselonderzoek en eventuele nabehandeling

De patholoog onderzoekt het weefsel dat is verwijderd. De uitslag duurt minimaal 5 werkdagen. Wekelijks vind het Multidisciplinair overleg plaats. Tijdens dit overleg waarbij de gynaecoloog oncoloog, de oncoloog internist (chemotherapie), de radiotherapeut (bestraling), de patholoog , de radioloog (beeldvorming) en de verpleegkundig specialist aanwezig zijn, worden alle bevindingen besproken en wordt er gekeken of er aanvullende behandeling nodig is. Na dit overleg wordt de uitslag door de specialist met u besproken. U kunt vooraf bij de arts of verpleegkundige informeren wanneer u de uitslag kunt verwachten, zodat u op tijd uw partner, of een naaste, kunt vragen bij dit gesprek te zijn. Als u al bent ontslagen van de afdeling, maken we een poliklinische afspraak bij uw behandeld specialist. Tijdens deze afspraak wordt de definitieve uitslag met u besproken. Als een aanvullende chemotherapiebehandeling nodig is, dan wordt een afspraak voor u gemaakt op de polikliniek bij de medisch oncoloog. Als u verwezen bent vanuit het ziekenhuis in uw eigen regio kan deze chemotherapie behandeling daar plaatsvinden en zullen wij de medisch oncoloog in uw eigen ziekenhuis hiervan op de hoogte brengen.

Gevolgen van de operatie

  • Plasproblemen: het gevoel van aandrang tot plassen kan na de operatie veranderd zijn, maar na enige tijd zal dit waarschijnlijk weer herstellen.
  • Menstruatie en vruchtbaarheid: als de baarmoeder is verwijderd menstrueert u niet meer na de operatie. Als ook de eierstokken zijn verwijderd, dan kunnen er vervroegd overgangsverschijnselen optreden. Uw arts kan u in dat geval hormoonvervangende medicijnen voorschrijven. Na het verwijderen van de baarmoeder is een zwangerschap niet meer mogelijk.
  • Seksualiteit: 6 tot 8 weken na de operatie kunt u lichamelijk gezien weer seks hebben. Door de operatie kunnen er veranderingen optreden in de beleving van de seksualiteit. Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn, voor uzelf, maar ook voor uw eventuele partner. We kunnen ons voorstellen dat u het moeilijk vindt om dit te bespreken. Aarzel niet om dit te bespreken met uw arts of verpleegkundige. Lees ook de folder 'seksualiteit en kanker'.
  • Vermoeidheid: Na een grote operatie als deze kan het zijn dat u lange tijd last heeft van vermoeidheid. Soms houdt dit zelfs meer dan een jaar aan. Merkt u na 3 maanden nog geen verbetering ?Neem dan contact op met uw verpleegkundig specialist. Lees ook de folder 'vermoeidheid bij kanker'.

De duur van de opname

De duur van opname tot ontslag voor een proeflaparotomie is gemiddeld 5 tot 7 dagen.

Herstelperiode

Het is verstandig om rekening te houden met een herstelperiode van 4 tot 6 weken. Als er nog een verdere behandeling volgt, reken dan op een langere herstelperiode. De eerste tijd thuis kunt u alle activiteiten doen waartoe u in staat bent. Wij adviseren u echter geen zware lichamelijke werkzaamheden te verrichten. Denk daarbij aan huishoudelijke activiteiten die langer duren dan 5 minuten zoals stofzuigen en strijken. Hulp in het huishouden kan handig zijn. Het is verstandig om dit van tevoren zelf te regelen.

Om u te ondersteunen bij uw herstel krijgt u tijdens de eerste week thuis een telefonische afspraak bij de verpleegkundig specialist. Als er sprake is van een borderline tumor of kanker blijft u 5 jaar onder medische controle bij de gynaecoloog/operateur. 

Supportive care spreekuur

6 tot 8 weken na de behandeling wordt u uitgenodigd door de verpleegkundig specialist op het Supportive care spreekuur. Tijdens dit gesprek zullen de gevolgen van de behandeling uitgebreid besproken worden.

Redenen om een arts te waarschuwen

  • Plotseling veel bloedverlies uit de wond.
  • Plotseling veel vochtverlies uit de wond.
  • Roodheid van de wond.
  • Bloedverlies uit de vagina, meer dan bij een gewone menstruatie.
  • Pijn, die niet minder wordt bij het gebruik van standaard pijnstillers zoals paracetamol.
  • Koorts, langer dan één dag.
  • Pijn/branderig gevoel bij het plassen.
  • Misselijkheid/braken, die niet over gaat.
  • Diarree of obstipatie (verstopping), die niet over gaat.

Als u twijfelt of zich onzeker voelt over sommige klachten, neem dan contact op met uw arts, de verpleegkundig specialist of uw huisarts.

MUMC+

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan gerust.

Telefonisch spreekuur verpleegkundig specialisten
Moniek Kamps: telefoon 043 - 387 65 43 - sein 7242 
Charlotte Penders: telefoon 043 - 387 65 43 - sein 5536
De verpleegkundig specialisten zijn bereikbaar op werkdagen van 13.00 tot 14.00 uur

Polikliniek Oncologie: voor algemene vragen of het wijzigen van uw afspraak. 
Telefoon 043-387 64 00

Laatst bijgewerkt op 17 januari 2024. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1967