MUMC+

Folder

Proeflaparotomie

Bij afwijkingen aan de eierstok

U heeft mogelijk eierstokkanker. Daarom krijgt u een buikoperatie. In deze folder leest u meer over deze operatie.

Het doel van de operatie

Met deze operatie kijken we of u eierstokkanker heeft. En zo ja, hoe uitgebreid de ziekte is.

Voorbereidingen op de polikliniek

Voordat de operatie plaats gaat vinden, bezoekt u meerdere keren de polikliniek Oncologie. U krijgt een aantal gesprekken en onderzoeken:
•    een uitgebreide echo van de eierstokken (adnexecho)
•    bloedonderzoek
•    een röntgenfoto van de longen
•    een CT-scan van de onderbuik

Een aantal onderzoeken krijgt u meteen tijdens uw afspraak op de polikliniek. Andere onderzoeken worden gepland door de verpleegkundige specialist. 

Wilt u nog iets weten over een onderzoek? Of heeft u andere vragen? Dan kunt u maandag tot en met vrijdag tussen 12.00 en 13.00 uur bellen met de verpleegkundig specialist. De telefoonnummers staan bij ‘Contact’.

Afspraak over verdoving (anesthesie)

Deze operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose). Voor de operatie krijgt u een uitnodiging voor de intake poli dit kan met een bezoek zijn of telefonisch. Dit is de specialist voor verdoving en pijnbestrijding (het tegenhouden van pijn). De anesthesist bekijkt uw lichamelijke conditie en beslist of er voor de narcose nog extra onderzoek nodig is.

De oproep

Als de operatiedatum bekend is dan belt een medewerker van het Opnamebureau. Zij geven door wanneer de operatie plaatsvind en waar u zich moet melden.

De dag van de opname

U wordt opgenomen op de operatiedag zelf óf een dag ervoor. Dit hangt af van de tijd van de operatie. Bureau Opname belt u hierover.

Op de dag van de operatie moet u nuchter blijven. Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur niets meer mag eten. Tot 2 uur voor de operatie mag u wel heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee of appelsap. 

Op de afdeling bereid de verpleegkundige u voor op de operatie. Ze meten uw temperatuur, pols en bloeddruk.
Kijk hieronder de video ‘Naar de operatiekamer’.

Naar de OK - ondertitels

De verdoving

De operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose). Vaak geven we ook een plaatselijke verdoving (ruggenprik).

Ruggenprik
Via een prik tussen 2 ruggenwervels krijgt u een verdovende stof ingespoten. Dit verdooft de pijnzenuwen in uw onderlichaam. Hierdoor voelt u van onder de navel tot aan de tenen tijdelijk niets meer. Het voordeel hiervan is dat u minder zware narcosemiddelen nodig heeft. 
Door de ruggenprik kunt u tot een paar uren na de operatie uw benen niet goed bewegen.

Medicijnen tegen pijn
Ook krijgt u in de eerste dagen na de operatie steeds pijnstillende medicatie. Dit gebeurt via een katheter in uw rug. Verderop leest u hier meer over. 

De operatie

Op de ochtend van de operatiedag kunt u gewoon douchen. Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u al uw kledingstukken uit en trekt u een ziekenhuisjasje aan. U mag geen sieraden, make-up, contactlenzen of kunstgebit dragen. 
Op de afgesproken tijd brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer.

•    Op de operatiekamer maakt de gynaecoloog uw buik open. Dit gebeurt met een snee van net boven uw navel tot aan uw schaambeen.
•    De gynaecoloog haalt de tumor weg. Het weefsel gaat naar het laboratorium.
•    Tijdens de operatie onderzoekt een patholoog in het laboratorium of er in de verwijderde tumor kwaadaardige cellen zitten.
•    Dit snelle onderzoek heet een vriescoupe. Het weefsel wordt (voor een deel) bevroren, gesneden en gekleurd. Zo kan de patholoog snel zien hoe erg de tumor is.

Er zijn 3 uitslagen mogelijk:
1. De tumor is goedaardig.
2. De tumor zit tussen goedaardig en kwaadaardig in. Dit noemen we een borderline tumor.
3. De tumor is kwaadaardig. Dan is het eierstokkanker.

Wanneer de uitslag bekend is, besluit de gynaecoloog hoe uitgebreid de operatie moet zijn.

Goedaardige tumor
Als het een goedaardige tumor is, dan verwijdert de arts soms ook de andere eierstok. Dit ligt aan uw leeftijd en uw eigen wensen.

Borderline tumor
Dit zit tussen een goedaardige en een kwaadaardige tumor in. 
•    Bij deze soort tumor neemt de gynaecoloog ook stukjes weefsel weg van het buikvlies. Deze stukjes weefsel noemen we biopten.
•    De gynaecoloog verwijdert het vetschort. Het vetschort hangt aan de onderkant van de maag.
•    Mogelijk haalt de gynaecoloog ook uw andere eierstok en uw baarmoeder weg. Dit hangt af van uw leeftijd en van of u een kinderwens heeft.
•    De patholoog onderzoekt de biopten. De uitslagen van dit weefselonderzoek bepalen het stadium van de ziekte. Dit noemen we ‘stadiëring’.
•    Meestal is bij dit soort eierstokkanker geen nabehandeling nodig.

Kwaadaardige tumor
•    Als het een kwaadaardige tumor is, dan verwijdert de gynaecoloog ook uw andere eierstok, uw baarmoeder en het vetschort. Het vetschort hangt aan de onderkant van de maag.
•    Ook neemt de gynaecoloog stukjes weefsel weg van het buikvlies. Deze stukjes weefsel noemen we biopten.
•    De gynaecoloog verwijdert ook de lymfeklieren uit de buik. Om te controleren of de tumor zich hierin heeft uitgezaaid.
•    De patholoog onderzoekt de biopten. Door de uitslagen van dit verdere weefselonderzoek kan het stadium van de ziekte worden bepaald. Dit noemen we ‘stadiëring’.
•    U krijgt mogelijk chemotherapie als nabehandeling. Dit hangt af van het stadium van de ziekte.

Soms is de uitslag van het vriescoupe-onderzoek anders dan de definitieve weefseluitslag. Dit gebeurt 1 op de 10 keer. Als dit gebeurt, moet u mogelijk een tweede buikoperatie krijgen.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery). Wij controleren u regelmatig en verzorgen u. Bent u goed wakker en gaat het goed met u? Dan brengt een verpleegkundige u terug naar de afdeling.

Tijdens de operatie krijgt u een aantal slangetjes in uw lichaam:
•    een infuus voor het naar binnen brengen van vocht, en als het nog nodig is medicijnen
•    een dun, soepel slangetje in uw rug voor de pijnbestrijding: een epidurale katheter 
•    een dun, soepel slangetje in de blaas: een blaaskatheter
Door de epidurale katheter kan uw blaas niet goed werken. Daarom krijgt u tijdens de operatie ook een blaaskatheter. U voelt deze slang bijna niet zitten. De katheter zelf blijft zitten door een ballonnetje in de blaas.

Direct na de operatie bespreekt de arts met uw familie of contactpersoon hoe de operatie is gegaan. De arts bespreekt dit ook met u, terwijl u op de recovery of op de verpleegafdeling ligt.

Vlak na de operatie krijgt u hulp van verpleegkundigen. U krijgt medicijnen tegen pijn. Ook krijgt u prikken tegen trombose. Trombose is een bloedprop die een ader helemaal of voor een deel kan afsluiten. Om dit te voorkomen, zet u tot 5 weken na de operatie elke dag een spuit met een antistollingsmiddel. De verpleegkundige leert u de spuit zelf te zetten, onder de huid. Als u of iemand in uw omgeving geen spuiten kan zetten, meld dit dan bij ons. Dan regelen wij thuiszorg.

Goed doorzuchten en bewegen is belangrijk.

Na 3 dagen verwijderen we de blaaskatheter. Daarna krijgt u een paar keer een echo om te zien of er geen urine meer in de blaas zit. Zo kunnen we zien of de blaas weer goed werkt.

Weer naar huis

Voor deze operatie blijft u ongeveer 3 tot 5 dagen in het ziekenhuis.

Weefselonderzoek en eventuele nabehandeling

De patholoog onderzoekt het weefsel dat is verwijderd. De uitslag van dit onderzoek duurt minimaal 10 werkdagen. 

Elke week, op donderdag, is er een multidisciplinair overleg tussen:
•    de gynaecoloog oncoloog
•    de oncoloog internist (chemotherapie)
•    de radiotherapeut (bestraling)
•    de patholoog
•    de radioloog (beeldvorming) 
•    en de verpleegkundig specialist.
Zij bespreken hoe alles is gegaan en kijken of extra behandeling nodig is. 

U  krijgt na dit multidisciplinair overleg een afspraak bij de polikliniek met uw behandelend arts. Tijdens deze afspraak hoort u de definitieve uitslag.

Extra behandeling
Heeft u een extra behandeling met chemotherapie nodig? Dan krijgt u een afspraak op de polikliniek, bij de medisch oncoloog. Bent u naar het MUMC+ doorgestuurd vanuit het ziekenhuis in uw eigen regio? Dan kan deze chemotherapie behandeling daar gebeuren. Dan geven wij dit door aan de medisch oncoloog in uw eigen ziekenhuis.
 

Gevolgen van de operatie

•    Plasproblemen: het kan zijn dat na de operatie uw gevoel te moeten plassen (aandrang) anders is. De kans is groot dat dit na een tijdje herstelt.
•    Menstruatie en vruchtbaarheid: is uw baarmoeder verwijderd? Dan menstrueert u niet meer. Het is niet meer mogelijk om zwanger te worden. Als ook uw eierstokken zijn verwijderd, dan kunt u vervroegd overgangsklachten krijgen. Als dat gebeurt, kan uw arts u hormoonvervangende medicijnen voorschrijven.
•    Seksualiteit: 6 tot 8 weken na de operatie kunt u lichamelijk gezien weer seks hebben. Door de operatie kunt u seks anders beleven. Het kan moeilijk zijn voor u en uw eventuele partner om te wennen aan de nieuwe situatie. We kunnen ons voorstellen dat u het moeilijk vindt om dit te bespreken. Maar bespreek dit wel met uw arts of verpleegkundige. Lees ook de folder 'Seksualiteit en kanker' (info.mumc.nl/pub-1497).
•    Vermoeidheid: Na een grote operatie zoals deze kunt u lange tijd last hebben van vermoeidheid. Soms duurt dit meer dan een jaar. Merkt u na 3 maanden nog geen verbetering? Neem dan contact op met uw verpleegkundig specialist. Lees ook de folder 'Vermoeidheid bij kanker: informatie, adviezen en tips' (info.mumc.nl/pub-202).
 

Herstel

Houd rekening met een herstelperiode van 4 tot 6 weken. Krijgt u nog een extra behandeling? Houd dan rekening met een langere hersteltijd.

De eerste tijd thuis kunt u alle activiteiten doen die u lichamelijk kan doen. Wij adviseren u om geen zwaar lichamelijk werk te doen. Doe geen activiteiten die langer duren dan 5 minuten, zoals stofzuigen en strijken. Hulp in het huishouden kan handig zijn. Het is verstandig om dit van tevoren zelf te regelen.

De eerste week thuis krijgt u een telefonische afspraak met de verpleegkundig specialist. Dit om u te ondersteunen bij uw herstel.

Had u een borderline tumor of kanker? Dan blijft u 5 jaar lang onder medische controle bij de gynaecoloog.

Supportive care spreekuur

Ongeveer 6 tot 8 weken na de operatie krijgt u een uitnodiging voor het Supportive care spreekuur. U spreekt dan uitgebreid met de verpleegkundig specialist wat de gevolgen van de behandeling zijn.

Wanneer moet u een arts waarschuwen?

•    als er plotseling veel bloed of vocht uit de wond komt
•    als de wond rood is
•    als u meer bloed verliest uit de vagina dan bij een gewone menstruatie
•    bij pijn, als die niet minder wordt door gewone pijnstillers zoals paracetamol
•    bij koorts boven 38 graden Celsius, als die langer duurt dan 1 dag
•    bij pijn of een branderig gevoel bij het plassen
•    bij misselijkheid die niet overgaat, of braken dat niet overgaat
•    bij diarree of verstopping (obstipatie) die niet overgaat

Twijfelt u of voelt u zich onzeker over klachten die u heeft? Bel dan naar uw arts, de verpleegkundig specialist of uw huisarts.

MUMC+

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Bel dan naar de verpleegkundig specialisten. Zij zijn bereikbaar op werkdagen van 13.00 tot 14.00 uur.
Verpleegkundig specialisten
Moniek Kamps
Telefoonnummer:043-387 65 43 - sein 7242

Charlotte Penders
Telefoonnummer: 043-387 65 43-  sein5536

Heeft u na het lezen van deze folder nog algemene vragen? Of wilt u de afspraak veranderen? Bel dan met:
Polikliniek Oncologie
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 13.00 uur
Telefoonnummer:  043-387 64 00

Websites

Laatst bijgewerkt op 20 juli 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1967