balie

Folder

PET-CT onderzoek met PSMA

Onderzoek bij prostaat tumoren op locatie beeldvorming 2 (Nucleaire Geneeskunde)

U krijgt een PET-CT onderzoek met PSMA.
In deze folder leest u informatie over het onderzoek en de voorbereiding.
Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Nucleaire Geneeskunde, beeldvorming 2, op niveau 0. Volg A-0 paars (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d112/panorama)

Kunt u niet komen voor uw onderzoek?

Geef dit zo snel mogelijk door aan de afdeling, minstens 1 dag voor het onderzoek. We maken speciaal voor u een dure radioactieve stof aan. Deze stof werkt maar kort, dus het is belangrijk dat u op tijd bent.

Wat is een PET-CT (PSMA) onderzoek?

Een PET-CT scan is een combinatie van een PET- scan en een CT-scan. Hierbij worden uw organen en weefsels op 2 manieren in beeld gebracht.
PET staat voor Positron Emissie Tomografie. Hierbij spuiten we een licht radioactieve stof in een bloedvat in uw arm. De straling die deze stof uitzendt, wordt door de PET-scanner opgevangen en omgezet in beelden.
CT staat voor Computer Tomografie. Hierbij gebruiken we röntgenstraling om het lichaam in beeld te brengen.

De radioactieve stof die we gebruiken is gekoppeld aan PSMA. PSMA is een eiwit dat vooral voorkomt op prostaatcellen. Met radioactieve stof kunnen we zien waar PSMA in het lichaam wordt opgenomen. Zo worden afwijkingen in de prostaat en eventuele uitzaaiingen in lymfeklieren of andere organen zichtbaar. Tumoren nemen de licht radioactieve stof op, waardoor ze te zien zijn op de scan.

Voorbereiding

  • Begin 2 uur vóór het onderzoek met het drinken van 1 liter water.
  • U mag voor het onderzoek naar het toilet gaan.
  • Draag tijdens het onderzoek gemakkelijke kleding, bijvoorbeeld een T-shirt en joggingbroek. Let op dat er geen metaal aan uw kleding zit, zoals ritsen of knopen.
  • Metalen in het lichaam (gewrichtsprothesen en pacemakers) zijn geen probleem.
  • Laat sieraden en waardevolle spullen thuis. De afdeling kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het kwijtraken van spullen die in de kleedkamer moeten achterblijven.

Wat u altijd moet melden

  • Bent u overgevoelig voor jodiumhoudende contrastmiddelen? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts.
  • Bent u overgevoelig voor jodium op de huid? Dan kan het zijn dat u niet allergisch bent voor jodium in het contrastmiddel. Maar vertel dit wel aan de laborant.
  • Heeft u een nieraandoening? Meld dit dan meteen aan uw behandelend arts, zodat hij tijdig voorzorgsmaatregelen kan nemen of voor een alternatief onderzoek kan kiezen.
  • Heeft u last van allergieën, astma of eczeem? Meld dit dan bij de laborant.

Medicijnen

Uw medicijnen kunt u op de normale wijze innemen. 
Uitzonderingen zijn:

  • Diuretica: dit zijn plas-medicijnen.
    Stop met diuretica vanaf 24 uur vóór het onderzoek. Doe dit altijd na overleg met uw arts.
  • NSAID’s: dit zijn pijnstillers die een ontsteking remmen. Bijvoorbeeld Diclofenac, Ibuprofen of Naproxen.
    Stop tijdelijk met NSAID’s vanaf 24 uur vóór het onderzoek. Dit doet u in overleg met uw arts, want u stopt alleen als dat mogelijk is.

Het onderzoek

  • De laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar een ruimte waar u wordt voorbereid voor het onderzoek.
  • U gaat op een bed liggen en de laborant legt uit wat er gaat gebeuren. U kunt ook vragen stellen.
  • Hierna krijgt u een infuus in uw arm. We spuiten een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof in. Deze radioactieve vloeistof heeft 60 minuten nodig om in te werken in uw lichaam. Tijdens deze wachttijd neemt u plaats in de wachtkamer.
  • Als het kan, geven we u ook een plasmiddel. Hierdoor zien we op de beelden minder radioactiviteit in de blaas. En zo kunnen we uw bekken beter beoordelen.
  • Vóór het onderzoek kunt u zich omkleden en gaat u naar het toilet. Plas de blaas zo veel mogelijk leeg. Dit is beter voor de kwaliteit van de beelden. 
    U verwijdert ook alle metalen.  
  • Daarna brengen we u naar de scanruimte. Tijdens de scan ligt u op een tafel met uw armen boven uw hoofd. De tafel schuift langzaam een paar keer door een open ring.
  • Het is belangrijk dat u stil blijft liggen. Bewegingen verstoren de beelden, waardoor ze mogelijk onbruikbaar zijn. Wel vragen we u een paar keer om een ademhalingsinstructie op te volgen.
  • De scanner maakt geen geluid. Als u wilt, kunt u naar de radio luisteren. 
  • De laborant bedient de PET-CT scanner vanuit de ruimte naast de onderzoekskamer. U kunt via een intercom met de laborant spreken. Tijdens het hele onderzoek kan de laborant u zien en horen.
  • De scan duurt ongeveer 30 tot 45 minuten.  
PET-CT rustruimte
Dit is de voorbereidingsruimte
scan
Dit is de PET-CT scanner

Jodiumhoudend contrastmiddel

Soms is het nodig om bij u een CT-scan met jodiumhoudend contrastmiddel te maken. Dan zien we beter het onderscheid tussen de verschillende organen, weefsels, klieren en bloedvaten. Deze scan doen we aansluitend aan de PET-CT scan.

Als u dit middel krijgt ingespoten, kunt u een metaalsmaak proeven en een warm gevoel krijgen door het hele lichaam.

Allergische reacties
Contrastmiddelen met jodium kunnen soms allergische reacties geven. Deze ontstaan meestal snel na het onderzoek. Een allergische reactie kan heel licht zijn zoals:

  • jeuk
  • galbultjes
  • misselijk zijn
  • bleek zien
  • zweten
  • duizelig zijn

In zeldzame gevallen kan de reactie heviger zijn, met meer galbultjes of de neiging tot flauwvallen. Zeer zeldzaam zijn ernstige reacties waarbij u in shock kan raken. Wanneer een reactie optreedt, hebben wij de juiste materialen en medicatie om u te behandelen. 
Soms merkt u pas thuis dat u jeuk krijgt of huidreacties heeft. Meldt u zich in dat geval bij uw arts. Als vóóraf bekend is dat u allergisch bent voor het jodiumhoudend contrastmiddel, krijgt u afhankelijk van de ernst van de reactie, vóór het onderzoek medicijnen hiertegen. Deze medicijnen hebben invloed op de rijvaardigheid. U mag dan na het onderzoek niet autorijden.

Verstoring nierfunctie
Bij een onderzoek met een contrastmiddel met jodium is het belangrijk dat de nieren goed werken. Door toediening van de contrastvloeistof kan uw nierfunctie achteruit gaan. Om de nierfunctie te bepalen, is bloedonderzoek nodig. Als de nierfunctie niet goed is, nemen we voorzorgsmaatregelen om het risico op nierfunctieverslechtering te verkleinen. Als uw nierfunctie niet goed is, hoort u dit van uw arts. Een medewerker van de contrastpoli belt u dan 1 of 2 dagen voor het onderzoek.

Na het onderzoek

  • Kreeg u geen contrastmiddel? Dan kunt u na het onderzoek meteen naar huis.
  • Kreeg u wel een contrastmiddel? Blijf dan nog 15 minuten zitten in de wachtkamer. Als u na die tijd geen klachten heeft, mag u naar huis.
  • Drink na het onderzoek 1 tot 2 liter water extra. Zo verdwijnt het contrastmiddel en de radioactieve stof via de urine weer snel uit het lichaam. Heeft u om medische redenen een vochtbeperking? Dan hoeft u deze extra hoeveelheid niet te drinken.

Risico’s en bijwerkingen

De radioactieve stof die u krijgt, is veilig voor uw gezondheid. Het verlaat uw lichaam vanzelf. Wilt u meer informatie over de risico's van straling? Lees dan onze folder 'Röntgenstraling en radioactieve stoffen'. (info.mumc.nl/pub-110)

De uitslag

De uitslag van het onderzoek is na ongeveer 5 werkdagen bekend. We sturen een verslag naar uw arts en deze bespreekt de uitslag met u. 

Contact

Kunt u niet komen of heeft u nog vragen? Bel dan met de afdeling Beeldvorming.

Afdeling beeldvorming, Nucleaire Geneeskunde
Telefoonnummer: 043 - 387 47 46
Bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur

Websites

Laatst bijgewerkt op 21 juli 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-2083