Folder
Sacrale Neuromodulatie (Chirurgie) folder 2: de eerste operatie
Uitleg over de eerste operatie en de testperiode
In deze folder geven we informatie over de eerste operatie bij de behandeling ‘sacrale neuromodulatie’.
Helpen andere behandelingen niet genoeg of zijn ze niet geschikt zijn voor u? Dan komt u misschien wel in aanmerking voor sacrale neuromodulatie.
Dit is een behandeling met 2 operaties.
Na de eerste operatie volgt een testperiode. In die periode kijken we of de behandeling bij u werkt.
De eerste operatie vindt plaats in de operatiekamer. U krijgt dan algehele narcose. Dat betekent dat u slaapt tijdens de operatie.
De tweede operatie gebeurt op het Chirurgisch Dagcentrum. U krijgt dan een plaatselijke verdoving. Dat betekent dat alleen het behandelde gebied wordt verdoofd.
Heeft u nog vragen? Stel deze dan vóór de ingreep aan uw arts of verpleegkundige.
Voorbereiding op de eerste operatie
Gebruikt u bloedverdunners? Bijvoorbeeld Ascal, Plavix, Persantin, Acenocoumarol, Marcoumar of Sintrom? Geef dit dan door aan uw arts. Samen bespreekt u of u tijdelijk moet stoppen, mag doorgaan of een ander medicijn moet gebruiken rond de operatie.
De operatie gebeurt onder algehele narcose. Dat betekent dat u slaapt tijdens de operatie.
Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u een aantal uren vóór de operatie niet mag eten of drinken. U krijgt hierover duidelijke uitleg van het ziekenhuis.
Vertel het uw arts als u:
- allergisch bent voor medicijnen, bijvoorbeeld antibiotica
- allergisch bent voor stoffen of materialen, zoals latex, jodium of pleisters
- (mogelijk) zwanger bent
U mag na de ingreep niet alleen naar huis. Regel daarom vooraf iemand die u naar het ziekenhuis brengt en weer ophaalt.
Hoe gaat de eerste operatie?
U meldt zich op tijd op de NOA.
NOA is de afkorting van Nuchtere Opname Afdeling (info.mumc.nl/pub-703).
Deze afdeling is op niveau 3.
Medewerkers van de operatiekamer komen u ophalen zodra uw operatie aan de beurt is.
Op de operatiekamer krijgt u een infuus en komt u aan een monitor.
De monitor bewaakt tijdens de operatie uw hartritme, bloeddruk, ademhaling, zuurstof en temperatuur.
De arts controleert uw gegevens met een checklist.
Daarna brengen we u in slaap en begint uw operatie.
De arts tekent op uw onderrug de plek waar de elektrode komt.
We maken röntgenfoto’s om de juiste plek te vinden.
In deze plek zet de arts een test-naald om de juiste zenuw te vinden.
De arts stuurt een klein stroompje door de naald naar de zenuw om de beste plek te vinden.
Daarna vervangt de arts de naald door een elektrode. Dit is een dunne draad van metaal.
Daarna zet de arts het koppelstuk in uw bil.
Hiervoor maakt de arts een snee van een paar centimeter in de bovenkant van de rechterbil of linkerbil.
Heeft de behandeling in de test-periode een goed effect op uw klachten?
Dan plaatsen we de neuro-modulator op dit koppelstuk na de test-periode.
We plakken speciale pleisters op de onderrug.
De pleisters blijven de hele test-periode op de onderrug.
U mag altijd pleisters bijplakken, maar geen pleisters verwijderen.
Is het toch nodig om een pleister te verwijderen? Dan moet de arts of verpleegkundige dit doen op de polikliniek.
De huisarts mag de pleisters niet verwijderen.
Want anderen weten niet wat er onder de pleisters zit en dit is belangrijk bij het vervangen.
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Dit noemen we ook wel de recovery.
Als u goed wakker bent, plaatst de verpleegkundige de proef-modulator.
De proef-modulator draagt u in een riem onder uw kleding, deze krijgt u van de verpleegkundige.
U draagt dit 4 weken en u heeft hem altijd aan staan.
De test-periode
Na de eerste operatie begint de test-periode.
Tijdens de eerste 3 weken test u 3 verschillende programma's.
Elk programma heeft een andere instelling en stimuleert de zenuw op een andere plek.
Iedere week stelt u zelf het nieuwe programma in op de afstandsbediening van de neuro-modulator.
De verpleegkundige leerde u vooraf hoe u dit zelf doet.
Daarna vult u 3 weken een dagboek in over uw stoelgang. U stuurt dit dagboek daarna per e-mail naar de gespecialiseerd verpleegkundige. Zij bespreekt het met u tijdens een telefonisch consult.
De pleister blijft tijdens de testfase meestal 4 weken zitten. Ziet u dat er wondvocht door de pleister heen komt? Neem dan contact op met de poli. Dan vervangen we de pleister op de poli als het nodig is.
Het einde van de testperiode
Na de testperiode volgt altijd een tweede operatie. Deze operatie gebeurt op het Chirurgisch Dagcentrum. U krijgt een plaatselijke verdoving. Dit betekent dat alleen het behandelde gebied wordt verdoofd.
Tijdens de testperiode bekijken we of de behandeling goed voor u werkt. Pas aan het einde van de testperiode weten we wat we tijdens de tweede operatie gaan doen.
Er zijn 2 mogelijkheden:
1. Verwijderen van het testsysteem
Helpt de behandeling tijdens de testperiode niet genoeg? Of blijven uw klachten hetzelfde? Dan verwijdert de arts het geplaatste draadje (de elektrode) en het koppelstuk.
Dit duurt ongeveer 20 minuten.
U krijgt een litteken van een paar centimeter op de bil. Daarnaast krijgt u 2 kleine littekens van minder dan 1 centimeter.
2. Plaatsen van de neuromodulator
Helpt de behandeling tijdens de testperiode goed? En verbeteren uw klachten?
Dan plaatst de arts tijdens de tweede operatie de definitieve neuromodulator.
Tijdens deze operatie zoekt de arts het koppelstuk en bevestigt de neuro-modulator aan de elektrode.
Dit duurt ongeveer 40 minuten.
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke operatie is er een kleine kans op een bloeding of een nabloeding. Ook is er een risico op een wondinfectie. Dit betekent dat de wond ontstoken kan raken.
Soms lukt de eerste operatie niet goed genoeg. In dat geval kan de testperiode niet doorgaan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de sacrale zenuw niet goed reageert op het stroompje. Dan kan de behandeling niet verder worden uitgevoerd.
Weer thuis
Na de operatie krijgt u een formulier mee naar huis. Hierop staat waar u thuis op moet letten.
U krijgt ook een aparte folder over de testperiode (info.mumc.nl/pub-2202) en wat u in deze periode kunt verwachten.
Contact
Deze folder is extra informatie naast het gesprek met uw arts.
De informatie in deze folder is geen persoonlijk medisch advies.
Heeft u vragen of wilt u meer uitleg? Neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie:
Telefoonnummer: 043-387 49 00
Van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur
E-mail: poli.chirurgie@mumc.nl
Websites
- medtronic.nl
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)