Folder

Hersentumoren: operatie voor onderzoek hersenweefsel

Stukjes weefsel uit de hersenen (biopt)

We hebben gezien dat u een afwijking in uw hersenen heeft. De neurochirurg gaat stukjes hersenweefsel weghalen en laten onderzoeken. Deze operatie noemen we een hersenbiopsie. 
In deze folder leest u meer over deze operatie.

Hersenbiopsie

•    De neurochirurg haalt een paar stukjes weefsel uit de hersenen. Een stukje weefsel dat we weghalen noemen we een biopt.
•    We onderzoeken dit weefsel in het laboratorium. We kijken wat voor soort afwijking het is. Het is meestal een hersentumor, maar het kan ook een andere afwijking zijn. Bijvoorbeeld een ontsteking (infectie).
•    Daarna kunnen we bepalen welke behandeling nodig is. Als een operatie (resectie) mogelijk is, dan doen we dit meteen en niet eerst een biopt.

operatie MUMC
Hersenbiopsie

Soorten hersenbiopsieën

Er zijn 2 manieren om een biopt te nemen:
1.  een navigatiegeleide biopsie
2.  een stereotactische biopsie
De neurochirurg bepaalt welke van deze 2 wij bij u doen.
Voor beide soorten biopsieën gebruiken we neuronavigatie. Dit is een techniek waarbij de neurochirurg in de hersenen kan navigeren: de weg kan vinden. Zoals een GPS-systeem.

•    Eerst maakt de neurochirurg een kleine snee in de huid.
•    Dan maakt de neurochirurg met een boor een klein gaatje in de schedel.
•    Door dit gaatje gaat een dunne biopsienaald, precies tot de plek van de afwijking.
•    Hier wordt een stukje weefsel weggehaald.
•    Daarna wordt de naald verwijderd en wordt de huid gehecht.

Voor de operatie krijgt u een MRI-scan. Deze noemen we een neuronavigatie-scan. Hiermee kunnen we heel precies de plek van de afwijking bepalen.

  • Deze MRI-scan komt in het navigatiesysteem.
  • Het navigatiesysteem berekent de precieze plek voor de biopsie.
  • Zo wordt duidelijk waar de neurochirurg de snee en het boorgaatje moet maken.
  • Het navigatiesysteem laat ook zien wat de veiligste route is naar de hersenafwijking.

De neurochirurg kan zo:

  • het boorgaatje in de schedel op een zo gunstig mogelijke plek maken
  • bepaalde belangrijke gebieden in de hersenen ontwijken

Stereotactische biopsie
Deze soort biopsie gebruiken we vooral bij kleine afwijkingen die diep in de hersenen zitten.

  • Bij deze operatie maken we uw hoofd vast aan een metalen frame.
  • Dan maken we een CT-scan van uw hoofd.
  • Deze CT-scan komt samen met de MRI-scan in het navigatiesysteem.
  • Het navigatiesysteem berekent de veiligste route.
  • De rest van de operatie gebeurt hetzelfde als bij een navigatiegeleide biopsie.

Voordeel
Het grote voordeel van beide soorten hersenbiopsieën is dat de operatie heel precies gebeurt.

Voorbereiding op de operatie

Neuronavigatie-scan
Een of enkele dagen voor de operatie krijgt u de neuronavigatie-scan. Dit is een heel precieze MRI-scan. Dit noemen we ook wel een hoge precisie MRI. Deze scan maakt tot 300 verschillende beelden van de hersenen. De computer slaat deze beelden op.

De neurochirurg berekent de dag voor de operatie:

  • de beste plaats van het boorgaatje in uw schedel
  • de veiligste route naar de hersenafwijking

Zo kan de neurochirurg belangrijke gebieden in uw hersenen ontwijken.

Opname

  • U wordt 1 dag voor de operatie opgenomen op de afdeling Neurochirurgie.

CT-scan
Krijgt u een stereotactische biopsie?

  • Dan maken we op de dag van de operatie een metalen frame vast aan uw hoofd.
  • Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving.
  • Daarna maken we een CT-scan van uw hoofd.
  • Zoals uitgelegd, komt deze CT-scan samen met de MRI-scan in het navigatiesysteem.
  • Het navigatiesysteem berekent de veiligste route.

Nuchter op de dag van de operatie 
Voor alle 2 de soort biopten moeten de patiënten op de dag van de operatie nuchter zijn en ook voor beide worden ze de dag vooraf al opgenomen. 
Vanaf middernacht blijft u nuchter. U mag dan niets meer eten en drinken.

Stoppen met medicijnen

  • Slikt u bloedverdunners? Of slikt u pijnstillers die koorts lager maken en een ontsteking minder erg maken? Bijvoorbeeld diclofenac, ibuprofen of naproxen? Dit zijn pijnstillers die horen bij de groep NSAID's.
  • Vertel dit aan uw behandelend arts. 
  • Meestal moet u hier 7 dagen vóór de operatie mee stoppen. Dit komt omdat deze medicijnen invloed hebben op de bloedstolling.
  • Overleg altijd met uw arts welke medicijnen u wanneer moet stoppen en welke pijnstillers u wel mag gebruiken.

De operatie

De operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose).
•    Als voorbereiding op de narcose krijgt u een spuit in uw been en moet u een pil innemen.
•    Hierdoor wordt u slaperig.
•    U kunt een droge mond krijgen.
•    U krijgt een spuit in uw buik om een trombose (een bloedprop in een bloedvat) tegen te gaan. Deze spuit krijgt u ook de eerste dagen na de operatie.

Na deze voorbereidingen wordt u naar de operatiekamer gebracht.
•    Op de operatiekamer krijgt u de narcose.
•    Wanneer u onder narcose bent, bepaalt het navigatiesysteem uw positie.
De neurochirurg gebruikt dit systeem om de precieze plek van de snee en het boorgaatje te bepalen en de veiligste route te volgen.

Bekijk ook de folder 'Operatieafdeling: Een operatie of onderzoek met opname' (info.mumc.nl/pub-698).

Na de operatie

Op de Recovery

  • U wordt wakker op de Recovery.
  • U heeft een kleine wond met hechtingen die niet vanzelf oplossen. Uw huisarts mag deze hechtingen 10 dagen na uw operatie verwijderen.

Terug naar de verpleegafdeling

  • Als u wakker en fit genoeg bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige controleert elk uur uw bloeddruk, polsslag, bewustzijn en pupillen.
  • Na 8 uur mag u rechtop zitten en langzaam meer bewegen. Eerst onder begeleiding van de verpleegkundige.
  • Als u voldoende drinkt, wordt het infuus verwijderd en mag u weer normaal eten.

Naar huis

  • Meestal mag u de dag na de operatie naar huis.
  • Voordat u naar huis gaat, heeft u een gesprek met de verpleegkundige.
  • U krijgt een afspraak voor de uitslag bij de neurochirurg. Deze afspraak is ongeveer 2 tot 3 weken na de operatie.
  • U krijgt een ontslagbrief mee voor de huisarts.
  • Als het nodig is, krijgt u een recept voor de medicijnen die u moet blijven innemen.

De uitslag van het onderzoek

De uitslag van het weefselonderzoek krijgt u tijdens uw afspraak met de neurochirurg  2 tot 3 weken na de operatie is normaal de uitslag bekend.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie zijn er risico’s. De volgende complicaties kunnen gebeuren na een hersenbiopsie:
•    Een ontsteking (infectie). Die kans is erg klein.
•    Het belangrijkste risico is een bloeding. Dit gebeurt bij 1 tot 2 op de 100 mensen.
      o    Vaak zijn dit kleine bloedingen zonder problemen.
      o    Soms ontstaat een grote bloeding. Hierdoor kunnen erge (blijvende) neurologische problemen ontstaan. Het is zeldzaam dat een patiënt in coma raakt of overlijdt.

Complicaties hangen af van de plaats en grootte van de afwijking in het hoofd. 

Wanneer moet u ons meteen bellen?

Bel meteen naar de polikliniek Neurochirurgie als u de volgende klachten heeft:

  • pus uit het wondje
  • koorts boven de 38 graden Celsius
  • u wordt steeds slaperiger (toenemende sufheid)

Tijdens kantooruren belt u naar de polikliniek Neurochirurgie.
Telefoonnummer: 043 387 65 00.

’s Avonds en in het weekend belt u naar de Spoedeisende Hulp
Telefoonnummer: 043 387 67 00. 
Vraag naar de neurochirurg die dienst heeft.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact met ons op. 

  • Maandag tot en met vrijdag overdag:
    Polikliniek Neurochirurgie
    Telefoonnummer 043 387 26 16
    MUMC+
    Algemeen telefoonnummer 043 387 65 43
    Vraag naar de assistent Neurochirurgie die dienst heeft.
    Polikliniek Oncologie
    Telefoonnummer 043 387 64 00
  • ’s Avonds en in het weekend:
    Spoedeisende Hulp
    Telefoonnummer 043 387 67 00
    Vraag naar de neurochirurg die dienst heeft.

Websites

Laatst bijgewerkt op 16 maart 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-35