De orthoptist en de oogarts hebben de ogen van uw kind onderzocht.
Ze hebben gezien dat uw kind een lui oog heeft.
In deze folder krijgt u informatie over de oorzaak en de behandeling van een lui oog.
De polikliniek Oogheelkunde bevindt zich in de Oogtoren. Volg route 3-blauw (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d52)
Wat is een lui oog?
Bij jonge kinderen leren de ogen zien.
Soms leert 1 oog dit niet goed.
Het oog dat minder goed leert zien, noemen we een lui oog (amblyoop).
Het andere oog ziet vaak goed en neemt het kijken over. Daarom merkt u meestal niet dat uw kind een lui oog heeft.
Een lui oog komt vaak voor. Meestal is 1 oog lui, soms zijn beide ogen lui.
Hoe ontstaat een lui oog?
Een lui oog kan 3 oorzaken hebben:
- Scheelzien.
Bij scheelzien staan de ogen niet recht. De hersenen schakelen het beeld van 1 oog uit om dubbelzien te voorkomen. Dat oog leert dan niet goed kijken en wordt lui. - Slecht zien door een oogsterkte-afwijking.
Soms ziet het oog onscherp door een afwijking in de oogsterkte. De hersenen gebruiken dat oog minder. Van buiten ziet u vaak niets aan het oog. Dit is alleen te zien met een oogonderzoek.
Bekijk ook de folder ‘Uw kind ziet minder goed’ (info.mumc.nl/pub-1171) - Troebeling in het oog.
Soms is een deel van het oog niet helder. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij staar.
Is behandeling nodig?
Een lui oog is goed te behandelen als u op tijd begint. Hoe vroeger, hoe beter.
Behandeling kan alleen op kinderleeftijd. Dit kan meestal tot een leeftijd van ongeveer 12 jaar. Daarna kan het oog niet meer beter leren zien.
Hoe eerder de behandeling start, hoe beter het resultaat. Dan kunnen beide ogen beter samenwerken. Uw kind kan dan zo scherp mogelijk zien.
De behandeling
Vaak krijgt uw kind 1 of beide behandelingen hieronder.
Afplakken (occlusietherapie)
Uw kind krijgt een pleister op het goede oog. Zo moet het luie oog harder werken.
Daardoor leert het beter zien.
Hoe lang uw kind de pleister draagt, verschilt per kind.
Dit hangt af van:
- de leeftijd van uw kind
- hoe slecht het luie oog ziet
- hoe lang het oog al lui is
Afplakken is niet leuk voor uw kind.
Toch is het belangrijk om door te zetten.
De orthoptist helpt u en uw kind hierbij.
Een bril
Soms heeft uw kind een bril nodig.
Dit is bij afwijking in de oogsterkte. De bril helpt het luie oog beter zien.
Uw kind moet de bril vaak dragen tot ongeveer 12 jaar.
Daarna kan een bril ook nog nodig zijn om goed te zien, maar niet meer om een lui oog te voorkomen.
Heeft uw kind last van de behandeling?
Dat verschilt per kind.
- In het begin ziet uw kind minder met de pleister op.
Let extra goed op bij lopen en traplopen.
Laat uw kind niet meteen fietsen met de pleister. - U bent als ouder heel belangrijk voor de behandeling.
U zorgt dat uw kind de pleister draagt. En dat uw kind dit blijft doen.
De oogarts en orthoptist ondersteunen u hierbij. - Schoolgaande kinderen kunnen moeite hebben op school.
Bespreek met de orthoptist of afplakken buiten schooltijd kan.
De meeste kinderen wennen snel aan het afplakken.
Na verloop van tijd gaat het luie oog beter zien.
De behandeling wordt dan makkelijker voor uw kind.
Contact
Deze folder is een aanvulling op het gesprek met de arts of orthoptist.
De behandeling van uw kind kan anders zijn dan hier staat.
Heeft u vragen? Neem dan contact op met de orthoptist of oogarts.
Polikliniek Oogheelkunde
Telefoonnummer: 043-387 68 00 (+31433876800)
Werkdagen van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur
Spoedeisende Hulp (SEH)
Telefoonnummer: 043-387 67 00 (+31433876700)
Na 17.00 uur en in het weekend
Vraag naar de dienstdoende oogarts
Website
- Oogheelkunde MUMC+ (oogheelkunde.mumc.nl)
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)