Mumc+ foto online folders

Folder

Voet: Operatie aan hamerteen of klauwteen

U heeft een hamerteen of klauwteen en heeft samen met de orthopedisch chirurg besproken om deze te laten opereren. 
In deze folder leest u meer over deze operatie.

Wat zijn hamertenen en klauwtenen?

Bij een hamerteen en klauwteen staat de teen krom. Tussen de botjes van de tenen zitten gewrichtjes waardoor de teen kan buigen.

  • Bij een hamerteen is het gewrichtje tussen het eerste en tweede botje van de teen gebogen. Het gewrichtje tussen het tweede en derde botje is gestrekt.
  • Bij een klauwteen zijn beide gewrichtjes gebogen.

Bij een hamerteen of klauwteen kan het gewrichtje tussen het middenvoetsbeentje en het eerste kootje te ver gestrekt zijn.

Hamerteen- of klauwteenoperatie

Hoe ontstaan hamertenen en klauwtenen?

Klauwteen en hamerteen

In een teen zitten spiertjes waarmee de teen kan buigen en spiertjes waarmee de teen kan strekken. Als die spiertjes niet meer evenveel doen, kunnen hamer- en klauwtenen ontstaan. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld ouderdom, een ongeluk, een botbreuk of bij reuma. Ook te kleine schoenen kunnen hamertenen of klauwtenen veroorzaken.

Doel van de operatie

Doel van de operatie is om de teen soepeler of minder krom te maken, of allebei. Zodat de pijn en de problemen met het dragen van schoenen minder worden. Dit lukt bij ongeveer 85% van de patiënten.

Door de operatie verandert de beweeglijkheid van de teen. Maar dit stoort niet bij het lopen.

Operatietechnieken:

Er zijn verschillende operatietechnieken voor hamertenen en klauwtenen:

  • Floppy toe
  • PIP-dese

Floppy toe
Bij deze techniek haalt de chirurg het gewricht tussen het eerste en tweede botje weg. De teen wordt daarna niet vastgezet. Na de operatie is de teen iets soepeler dan ervoor.

PIP-dese
Ook bij deze techniek haalt de chirurg het gewricht tussen het eerste en tweede botje weg. Maar daarna wordt de teen vastgezet met een pinnetje dat buiten de teen uitsteekt. Dit pinnetje blijft 4 tot 5 weken zitten. Zie de afbeelding. De teen groeit dan in de nieuwe stand vast en is wat stijver dan voor de operatie.

Soms is het nodig om ook iets te doen aan het gewricht tussen het eerste botje en middenvoetsbeentje. Dan worden de strekpees en het kapsel van het gewricht langer gemaakt.
Deze strekpees is het uiteinde van de spier die vastzit aan het eerste botje en middenvoetsbeentje. Het kapsel bestaat uit lagen rondom het bot van een gewricht.

Operatietechnieken

Voorbereiding op de operatie

Als in overleg met u is besloten om uw teen of tenen te opereren, denk dan aan het volgende:

  • Bloedverdunners: Gebruikt u bloedverdunners? Meld dit dan bij de anesthesist én de afdeling.
  • Wondjes: Zorg dat u geen wondjes aan de voeten heeft. Heeft u toch een wondje voor de geplande operatie? Meld dit dan meteen bij de polikliniek of bij de afdeling via 043 387 69 00 of 043 387 44 30.
  • Krukken: Regel vooraf krukken en neem deze mee op de dag van de operatie. Denk ook aan het lenen of huren van een douchekruk.
  • Hulp: Regel zo nodig vooraf hulp bij de boodschappen, het huishouden of vervoer.
  • Roken: Als u rookt, probeer dan (tijdelijk) te stoppen. Roken zorgt ervoor dat de wond slechter geneest. U kunt hulp krijgen van de longverpleegkundige op de stoppen-met-rokenpoli. Kijk voor meer informatie in de folderstoppen met roken’.

Verdoving bij de operatie (anesthesie)

Soms kan de operatie gebeuren onder plaatselijke verdoving. Hierbij krijgt u een paar verdovingsprikken rondom het begin van de teen. Worden er meerdere tenen geopereerd? Dan kan de operatie ook gebeuren met hulp van een anesthesist. Dat is de specialist voor verdoving en pijnbestrijding. De anesthesist zal van tevoren met u bespreken welke verdoving bij u mogelijk is.

De mogelijkheden zijn:

  • een zenuwblokkade
  • een ruggenprik
  • algehele verdoving (narcose)
  • combinaties van deze technieken

Meer informatie vindt u op de website van Anesthesiologie.

 

Operatie en opname

De operatie gebeurt op het Chirurgisch Dagcentrum en duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. Klik hier voor meer informatie over uw opname. 

Voor de operatie spreekt u de operateur nog. Vlak voor de operatie is er altijd een ‘time-out’-procedure. U bent dan al op de operatiekamer. Voordat u onder narcose gaat, controleert u samen met de chirurg en het operatieteam de belangrijkste punten van de operatie.

Na de operatie

  • U krijgt na de operatie een drukverband.
  • Het pinnetje in de teen moet 4 tot 5 weken blijven zitten.
  • Wanneer u zit, legt u dan u uw been hoog.
  • U loopt de eerste tijd met 2 krukken.
  • Het kan zijn dat u een darcoschoen krijgt. Met deze schoen kunt u lopen zonder dat er druk op de voorvoet en tenen komt.

Controles en herstel

  • Na 2 weken komt u op controle op de polikliniek .
  • Na 4 tot 5 weken komt u weer op controle bij de polikliniek. Bij deze laatste controle halen we de pin uit de teen. Dit zal niet erg pijnlijk zijn.
  • Soms is het nodig dat u bij het verder herstel nog een kruk gebruikt aan de kant waar u niet bent geopereerd.

Werken en sporten

  • Als u zittend werk heeft, kunt u meestal na ongeveer 2 weken weer gaan werken.
  • Als u staand werk heeft, kunt u meestal na ongeveer 5 weken weer gaan werken.
  • Voorzichtig sporten kan meestal weer na 2 maanden. Maar alleen als het bot is genezen.

Goede schoenen

  • Soms komt de hamer- of klauwteen na de operatie terug. Het dragen van goede schoenen is belangrijk om dit tegen te houden. Kijk op thuisarts.nl.

 

Darcoschoen
Darcoschoen

Complicaties en nadelen

Voordat u beslist of u een operatie wilt, bespreekt u met uw behandelaar ook de complicaties die bij elke operatie kunnen ontstaan. Bij een operatie aan een hamerteen of klauwteen is er een kleine kans dat u te maken krijgt met:

  • Een pijnlijk litteken.
  • Ontsteking van de wond. In ongeveer 1% van de gevallen raakt de wond ontstoken. Als dat gebeurt, krijgt u meestal antibiotica. Bij een diepere, ergere ontsteking moet u soms opnieuw in het ziekenhuis worden opgenomen. Dan krijgt u antibiotica via een infuus. Heel soms is het nodig om opnieuw te opereren en de wond schoon te maken. Daarom is het belangrijk om signalen van ontsteking zo snel mogelijk te melden. Zie de informatie bij ‘Wanneer moet u ons waarschuwen?’
  • Het niet vastgroeien van de geopereerde botjes.
  • Voor algemene risico’s van de verdoving (anesthesie), klik hier.

Wanneer moet u ons waarschuwen?

Ondanks alle zorg rondom de operatie kunnen er thuis soms complicaties optreden, zoals:

  • de operatiewond gaat lekken
  • de operatiewond wordt rood en dik
  • de operatiewond gaat veel meer gaat pijn doen
  • koorts van 38,5 °C of meer
  • het onderbeen (de kuit) is pijnlijk, stijf, rood of dik
  • klachten die anders zijn dan verwacht en waar u zich zorgen over maakt

Heeft u een of meerdere van deze klachten? Dan moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Contact

Heeft u nog vragen of heeft u klachten? Neem dan contact op met het ziekenhuis.

Maandag tot en met vrijdag overdag:
Polikliniek Orthopedie             
Telefoonnummer  043 387 69 00

In de avond en in het weekend:
Afdeling Orthopedie                
Telefoonnummer  043 387 44 30 of 043 387 64 30

Laatst bijgewerkt op 11 december 2023. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-798