Folder

Borstreconstructie na borstamputatie

U denkt na over een borstreconstructie. Dat is een operatie waarbij de borst (of borsten) opnieuw wordt gemaakt. Een borstreconstructie is voor bijna iedere vrouw mogelijk. Er zijn verschillende manieren om uw borst te reconstrueren. De plastisch chirurg bespreekt met u welke methode het best bij u past. In deze folder leest wat u de mogelijkheden zijn en wat u kunt verwachten.

In Nederland krijgen elk jaar veel vrouwen borstkanker. Vaak is het verwijderen van een borst nodig. U kunt na een borstamputatie uw borst laten reconstrueren:
•    tijdens dezelfde operatie als de amputatie
•    6 tot 12 maanden na uw amputatie
•    na eventuele bestraling en/of chemotherapie

Wat kunt u verwachten?

Het doel van een borstreconstructie is dat u in kleding of in een beha weer een mooi decolleté (borstvorm) heeft. 
Houd er rekening mee dat dit een zware operatie kan zijn. Zowel voor uw lichaam als voor uw gevoel. Vaak zijn extra operaties nodig om het resultaat te verbeteren. 
Soms wordt later nog een tepel gemaakt en/of getatoeëerd. Ook kan het nodig zijn om uw andere borst te verkleinen of te verstevigen. Zo lijken beide borsten meer op elkaar. 
Een gereconstrueerde borst voelt altijd anders aan dan een natuurlijke borst. De vorm en grootte zijn nooit precies hetzelfde. 
Veel vrouwen voelen zich na borstreconstructie psychisch sterker. Zij ervaren vaak een verbeterde kwaliteit van leven op psychologisch, sociaal en seksueel gebied.

Voorbereiding

Wanneer u een borstreconstructie wilt ondergaan, moet u met een aantal dingen rekening houden.
•    Gebruikt u geneesmiddelen? Dan moet u dit altijd aan uw plastisch chirurg en de anesthesioloog melden. Sommige medicijnen mag u een aantal dagen voor de borstreconstructie niet slikken.
•    U moet minstens 6 weken voor en 6 weken na de operatie stoppen met roken, vapen of het gebruiken van nicotinepleisters. Nicotine vergroot de kans op problemen met de wond en het herstel. 
•    Als u te zwaar bent, kan de plastisch chirurg u adviseren eerst af te vallen. Een hoog BMI verhoogt het risico op complicaties.
•    Binnen 6 maanden voor uw operatie krijgt u een afspraak met de anesthesioloog om de narcose te bespreken.
•    Op de dag van opname controleert de plastisch chirurg u nog een keer.

Praktische tips
•  Draag kleding die aan de voorkant open kan.
•  Na de operatie moet u meestal 6 weken dag en nacht een stevige beha dragen.
•  Na de operatie moet u 6 weken dag en nacht een buikband (of compressiebroek) dragen.

Welke soorten borstreconstructie zijn er?

Er zijn verschillende manieren om uw borst zo goed mogelijk te reconstrueren. Dit kan met:
1. een prothese (implantaat), meestal met een tissue expander vooraf
2. uw eigen weefsel
3. het inspuiten van uw eigen vet (AFT, autologe vettransplantatie)
4.Soms een combinatie van eigen weefsel en een prothese

Welke vorm van borstreconstructie u kiest, is een persoonlijke keuze. Elke mogelijkheid heeft voordelen en nadelen. De plastisch chirurg bespreekt dit uitgebreid met u.

Reconstructie met een prothese
Het voordeel van een reconstructie met een prothese is dat het een kortere operatie is, met sneller herstel. Het nadeel is dat er meer risico is op infectie. Ook kunnen er complicaties optreden, zoals lekkage van de prothese of kapselvorming. Vaak plaatsen we in eerste instantie een tissue expander. Dit is een soort lege ballon onder de huid en borstspier. Deze wordt iedere week gevuld op de polikliniek. Dit heet expanderen. Dit is nodig om uw borstspier en huid op te rekken totdat het gewenste volume is bereikt. Na een rustperiode van 3 maanden wordt de tissue expander vervangen door de definitieve prothese. Meestal moet een prothese na een aantal jaren vervangen worden. Dat betekent dat er later opnieuw een operatie nodig kan zijn.

Reconstructie met eigen weefsel
Het voordeel van een reconstructie met uw eigen weefsel, is dat er geen lichaamsvreemd materiaal wordt gebruikt. Uw borst voelt hierdoor natuurlijker aan. 
Het nadeel is dat u op een andere plek op uw lichaam een extra litteken krijgt. De operatie duurt langer en het herstel kost meer tijd. Ook kan het gevoel rond de littekens minder worden. 
Vaak zijn in de eerste periode extra operaties nodig om het resultaat te verbeteren. Op de lange termijn zijn meestal geen nieuwe operaties nodig.

Hieronder worden de meest voorkomende ingrepen toegelicht.

1. Reconstructie met een prothese

Bij deze methode plaatst de plastisch chirurg een borstimplantaat.
Meestal moet de huid en spier eerst worden opgerekt. Als na de borstamputatie uw grote borstspier intact is en uw huid van goede kwaliteit is, kan de arts een tissue expander gebruiken. 
De arts kan de expander plaatsen tijdens dezelfde operatie als de borstamputatie. Dit gebeurt via het litteken van de amputatie. De expander wordt onder de grote borstspier geplaatst. De operatie duurt ongeveer 45 minuten langer. U blijft 1 nacht in het ziekenhuis. 
Ongeveer 2 weken na de operatie start het vullen van de expander. Dit gebeurt met zout water. U komt hiervoor elke week naar de polikliniek. De arts vult de expander met een injectienaald via een klein vulpunt onder de huid. Het vullen duurt meestal 4 tot 8 weken, totdat het gewenste volume is bereikt. 
Als de expander tot het gewenste volume is opgevuld, volgt een tweede operatie. Daarbij wordt de expander vervangen door een definitieve prothese. Dat gebeurt meestal 3 maanden na de laatste vulling en ongeveer 9 maanden na het plaatsen van de expander. Om het oprekken van de huid makkelijker te maken, kunt u de borst masseren met crème of olie. 

Borstprothesen zijn er in verschillende maten. Ze hebben een soepel siliconen omhulsel en zijn gevuld met een siliconen gel of zoutwater. Uw plastisch chirurg bespreekt vooraf met u welk type prothese u krijgt. 
De laatste jaren is er veel discussie geweest over het lekken van siliconen en mogelijke gezondheidsklachten. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen siliconenimplantaten en deze klachten. Daarom zijn in Europa en de Verenigde Staten deze protheses gewoon toegestaan.

2. Borstreconstructie met eigen weefsel

Bij deze methode maakt de plastisch chirurg een nieuwe borst van uw eigen huid en vet, met bijbehorende bloedvaten. Het weefsel kan komen van de onderbuik, flanken, bovenbenen, onderrug of van de billen. Met microchirurgie worden de bloedvaten van dit weefsel aangesloten op de bloedvaten in de borst(en). Deze operatie kan vaak tegelijk met de borstamputatie plaatsvinden. Er werken dan 2 operatieteams tegelijk.

De plastisch chirurg bespreekt met u wat uw wensen zijn. Daarna onderzoekt de arts waar u voldoende weefsel heeft. Meestal krijgt u ook een MRI-scan van de bloedvaten (MRA) om te onderzoeken of uw bloedvaten hiervoor geschikt zijn.

De operatie duurt ongeveer 6 tot 10 uur. Dit hangt af van het type operatie en of u aan één of beiden borsten wordt geopereerd. Na de operatie blijft u meestal de avond en de nacht op de recovery (uitslaapkamer). Hier wordt de nieuwe borst ieder uur gecontroleerd op de doorbloeding. Tijdens de opname is er een kleine kans dat een bloedvat verstopt raakt. Als dat gebeurt, is een nieuwe operatie nodig om het bloedvat weer open te maken en de doorbloeding in de nieuwe borst te herstellen.
Hieronder leest u de meest gebruikte methoden.

-    DIEP-lap (Deep Inferior Epigastric Perforator)
Bij deze methode gebruikt de arts huid, vet en bloedvaten van uw onderbuik. U krijgt een litteken in de bikinilijn en rond de navel. Dit is de meest gebruikte methode.
-    SHAEP-lap (Stacked Hemi-Abdominal Extended Perforator)
Hierbij wordt weefsel van uw buik en flanken (lovehandles) gebruikt om uw borsten te reconstrueren. Het litteken lijkt op dat van een DIEP, maar loopt verder door naar de zijkant. Deze is geschikt als er te weinig buikweefsel is om beide borsten te maken.
-    DUG-lap (Diagonal Upper Gracilis)
Hierbij wordt weefsel van de binnenzijde van uw bovenbenen gebruikt voor de reconstructie van uw borst(en). Er ontstaat een verticaal litteken aan de binnenzijde van uw bovenbeen. 
-    LTP-lap (Lateral Thigh Perforator)
Hierbij gebruikt de arts weefsel van de heup of buitenkant van het bovenbeen (zadeltassen). U krijgt een horizontaal litteken aan de buitenzijde van de heup. De vorm van het been wordt rechter. Na een LTP is altijd een tweede operatie nodig om de borst verder te verbeteren. Soms is ook een extra correctie van het litteken of de heup nodig. 
-    LAP-lap (Lumbar Artery Perforator)
Hierbij wordt weefsel van uw onderrug gebruikt voor de reconstructie van uw borst(en). U krijgt een horizontaal litteken op de onderrug, dat meestal boven de rand van uw ondergoed valt. Omdat de bloedvaten kort zijn, wordt een extra stuk bloedvat uit de lies gebruikt. Hierdoor krijgt u ook een extra litteken op uw onderbuik.
-    Sc-GAP-lap (Septocutaneous Gluteal Artery Perforator)
Hierbij gebruikt de arts weefsel van de bil(len). Er krijgt een litteken aan de bovenzijde van de bil. Dit valt meestal binnen de randen van uw slip. 

-    Overige methoden
Er bestaan nog veel andere methoden voor borstreconstructie, zoals de TUG/TMG (Transverse Upper Gracilis of Transverse Myocutaneous Gracilis) en de PAP (Profunda Artery Perforator) lap van het bovenbeen, de IGAP (Inferior Gluteal Artery Perforator) lap van de billen, en de TRAM (Transverse Rectus Abdominis Muscle) lap van de buik. Deze worden door onze plastisch chirurgen niet (meer) of minder vaak gebruikt. Ze zijn meestal vervangen door een van de bovengenoemde methoden. Wilt u informatie over een andere methode? Dan kunt u dit altijd bespreken met uw plastisch chirurg.

3. Reconstructie met eigen vet (AFT)

Bij deze methode zuigt de arts vet weg uit bijvoorbeeld uw buik of benen. Dit heet liposuctie. Daarna wordt het vet in de borststreek ingespoten om de borst te vormen.

Meer informatie over deze methode vindt u in de folder Borstreconstructie met eigen weefsel, oftewel lipofilling (info.mumc.nl/pub-1537). Of bespreek met uw arts of deze behandeling voor u geschikt is.

4. Combinatie van methoden

Soms is alleen een prothese niet mogelijk. Bijvoorbeeld als de grote borstspier tijdens de operatie weggehaald is of als er te weinig huid van goede kwaliteit is overgebleven (bijvoorbeeld door bestraling). Dan kan de plastisch chirurg huid en spier van de rug gebruiken (LD-lap). Vaak wordt dit gecombineerd met een expander en later een prothese. Door het verwijderen van de rughuid met de daaronder gelegen spier krijgt u een litteken op uw rug. 
De operatie duurt gemiddeld 2 tot 3 uur. U blijft ongeveer 2 dagen in het ziekenhuis.

Na een borstreconstructie

Enkele dagen na de operatie verwijdert de arts of verpleegkundige meestal de drains. Dit gebeurt vaak nog tijdens uw ziekenhuisopname. Soms blijven de drains langer zitten. Dan worden ze later verwijderd op de polikliniek of door uw huisarts. Dit komt vaker voor bij drains in de benen (na een LTP of DUG) en bij drains in de rug (na een LAP of LD).
Bij uw ontslag uit het ziekenhuis vertelt de verpleegkundige wanneer u voor controle terug moet komen. Tijdens deze afspraak worden zo nodig de hechtingen verwijderd. 
De eerste 6 weken na de operatie moet u rustig aan doen. Zo kunnen de wonden goed genezen. De plastisch chirurg legt u precies uit wat u wel en wat u niet mag doen. Het is verstandig om voor de eerste tijd hulp te regelen. Als er thuiszorg nodig is, wordt dit vanuit het ziekenhuis voor u geregeld.
Meer informatie over de leefregels na een borstreconstructie vindt u in de folder Borstreconstructie, leefregels voor thuis (info.mumc.nl/pub-534).

Mogelijke complicaties

Na elke operatie kunnen problemen ontstaan, zoals: 
•    Nabloeding
•    Infectie
•    Trage wondgenezing
•    Longembolie
•    Longontsteking
•    Diep veneuze trombose (DVT)

Extra risico’s bij prothese

Kapselvorming
Rond een prothese vormt zich soms een laagje bindweefsel. Soms wordt dit laagje te strak. De borst kan dan hard en pijnlijk aanvoelen. Dit heet kapselvorming. Dit is te behandelen door tijdens een operatie het bindweefselkapsel in te snijden of te verwijderen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor de prothese. 
Als de prothese onder de borstspier wordt geplaatst, is de kans op kapsel vorming kleiner.

Infectie
Soms ontstaat er een infectie rond het implantaat. In dat geval moet deze meestal verwijderd worden. Op een later moment kan de borst opnieuw worden gereconstrueerd.

Lymfoom
Er is een zeer zeldzame vorm van lymfoom die vaker voorkomt bij patiënten met een borstimplantaat. Dit heet BIA-ALCL (borstimplantaat gerelateerd grootcellig anaplastisch lymfoom). Uw arts kan u verder hierover informeren.

Overige gezondheidsklachten
Sommige vrouwen met borstimplantaten hebben klachten zonder duidelijke oorzaak. Dit zijn algemene klachten die bij veel verschillende aandoeningen kunnen voorkomen. Dit wordt ook wel Breast Implant Illness (BII) genoemd. Klachten die vaak genoemd worden zijn:
- vermoeidheid
- haaruitval
- spier- en gewrichtspijn
- hoofdpijn
- problemen met concentratie en geheugen
Er is geen wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen deze klachten en borstimplantaten. Daarom is BII geen erkende medische diagnose.

Specifieke complicaties bij reconstructie met eigen weefsel

Gedeeltelijk of volledig verlies van de reconstructie
Na de operatie kunnen bloedvaten van de nieuwe borst verstopt raken. De borst krijgt dan niet genoeg bloed. Dit is een spoedsituatie. U moet dan opnieuw geopereerd worden om de doorbloeding te herstellen. 
Soms blijven de bloedvaten open, maar krijgt een deel van de borst toch te weinig bloed. Dat deel van het weefsel kan dan afsterven. Dit heet necrose. Het weefsel wordt donker en er kan een zwarte korst ontstaan.
Soms is een nieuwe operatie nodig om het afgestorven weefsel te verwijderen.
De kans op deze complicatie is klein. Roken vergroot het risico.

Vetnecrose
Soms sterven kleine stukjes vet in de nieuwe borst af. Dit heet vetnecrose. Het voelt als een harde knobbel in de gereconstrueerde borst. Vaak wordt deze plek na verloop van tijd weer soepel. Vetnecrose is niet gevaarlijk, maar het kan wel storend of pijnlijk zijn. In dat geval kan het met een operatie worden verwijderd.

Vervolgoperaties

Aanpassing aan de borst(en)
Het is vaak moeilijk de gereconstrueerde borst gelijk te maken aan de andere borst. De nieuwe borst kan bijvoorbeeld kleiner, steviger of groter zijn dan uw andere borst. Het verschil in vorm en grootte kan worden verbeterd met een extra operatie, zoals:

  • Vergroting van de andere borst met een prothese
  • Verkleining of een lift van de andere borst
  • Verkleining van de gereconstrueerde borst
  • Opvullen of verbeteren van de vorm van de gereconstrueerde borst door het inspuiten van eigen vet (lipofilling).

Deze operaties duren meestal 1 tot 2 uur. Meestal gebeurt dit in dagbehandeling. U mag dan dezelfde dag weer naar huis.

Aanpassing van de plek waar het weefsel is weggehaald
Bij een reconstructie met eigen weefsel is soms een extra operatie nodig op de plaats waar het weefsel is weggehaald. Dit kan bijvoorbeeld buik, billen of benen zijn. Mogelijke behandelingen zijn het:  
- verbeteren van een litteken
- weghalen van vet (liposuctie) 
- inspuiten van vet (lipofilling)

Tepelreconstructie
Naast borstreconstructie is ook een reconstructie van de tepel mogelijk. Meestal gebeurt dit 6 tot 12 maanden na de borstreconstructie. Deze operatie gebeurt onder plaatselijke verdoving en duurt gemiddeld een half uur tot een uur. Meestal wordt de huid van de borst zelf gebruikt voor reconstructie van de tepel. Na de operatie draagt u ongeveer 3 maanden een tepelring (viltring). Zo kan de tepel goed genezen en stevig worden.

Meer informatie vindt u in de folder tepelreconstructie (info.mumc.nl/pub-1182).

Medische tatoeage
Een tepel en tepelhof kunnen ook met een medische tatoeage worden ‘nagemaakt’. Het tatoeëren gebeurt op de polikliniek. De kleur van de nieuwe tepelhof wordt aangepast aan uw normale borst. Als er al een tepel is gemaakt met een operatie, kan deze samen met de tepelhof ingekleurd worden met tatoeage.

Contact met medepatiënten

Wilt u praten met een vrouw die eerder een borstreconstructie heeft gehad? Dan kunt u contact opnemen met het Landelijk Contactorgaan Begeleiding Borstkanker patiënten (LCBB). Telefoonnummer: 010-436 53 28. 

Er bestaan steeds meer plekken waar u lotgenoten digitaal kan ontmoeten. Op deze website (www.borstkanker.nl/borstkankervereniging/contact/digitaal-lotgenotencontact) vindt u meer informatie.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact met ons op:

Polikliniek Plastische Chirurgie 
Telefoonnummer: 043-387 70 00 
Van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur

Spoedeisende Hulp (SEH) 
Telefoonnummer: 043-387 67 00 
’s Avonds, ’s nachts en in het weekend

Websites

Laatst bijgewerkt op 6 maart 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-535