Hoofdingang MUMC+

Patiëntinformatie

Mogelijke zorgrisico’s bij opname

Algemene informatie

Een ziekenhuisopname verloopt niet altijd probleemloos. Als patiënt kunt u te maken krijgen met ongemakken als pijn, ondervoeding en doorliggen (decubitus). Op dit blad informeren wij u hierover. Als iets niet duidelijk is, vraagt u de verpleegkundige dan gerust om uitleg.

Het meten en registeren van pijn

Het Maastricht UMC+ wil beter inzicht krijgen in de mate van pijn die patiënten ervaren. Hoe meer we weten over pijn, des te beter kunnen we de pijnbestrijding afstemmen op de patiënt. Daarom wordt op alle verpleegafdelingen de pijn van patiënten geregistreerd. Om dat te doen, hebben we uw hulp nodig. Want een instrument om pijn te meten bestaat niet. Alleen u kunt vertellen of u pijn heeft en hoeveel. Minimaal één keer per dag vragen wij opgenomen patiënten om een cijfer toe te kennen aan de mate waarin zij pijn beleven. Hiervoor hanteren wij een methode waarbij de patiënt een cijfer geeft aan de pijn. U geeft als de verpleegkundige bij u langskomt een cijfer aan uw (eventuele) pijn tussen de 0 en de 10. 0 betekent geen pijn en 10 is de ergste pijn die u zich voor kunt stellen.

Zie het informatieblad Het meten en registreren van pijn en pijnbestrijding na een operatie

Geef pijn een cijfer afb

Decubitus

Decubitus is de medische term voor doorliggen of doorzitten. Decubitus is een beschadiging van de huid en/of het weefsel onder de huid veroorzaakt door aanhoudende druk en/of schuifkrachten. Decubitus is vervelend en pijnlijk. 

De beginfase van decubitus herkent u aan een rode plek die niet verdwijnt als u er met een vinger op drukt. Bij ernstig doorliggen kan er een diepe wond ontstaan, vaak tot op de spieren of het bot. Decubitus ontstaat doordat u veel in bed ligt of als u veel in de (rol)stoel zit en uw huid steeds op dezelfde plekken drukt op het matras of de stoel. Door de druk worden bloedvaten afgeklemd waardoor er onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen bij de huid en het weefsel onder de huid kunnen komen. Daardoor kunnen afvalstoffen niet goed afgevoerd worden en ontstaat een beschadiging van het weefsel.

Zie het informatieblad Decubitus.

Risicoplekken decubitus

Ondervoeding

Ondervoeding door ziekte is in ziekenhuizen een veel voorkomend probleem. Een snelle herkenning en behandeling van ondervoeding is daarom van groot belang. Ongeveer een op de vier patiënten is ondervoed of loopt risico om ondervoed te raken. Daardoor verloopt het herstel minder snel en is de reactie op de behandeling niet optimaal. Uw voeding tijdens uw verblijf ondersteunt de medische behandeling en helpt bij uw herstel.

Zie het informatieblad Goede voeding tijdens opname en herstel

ondervoeding afb
Delier

Delier

Uw familielid is opgenomen in het Maastricht UMC+ in verband met een ziekte. Mogelijk moet hij/zij geopereerd worden. Dit kan mensen, en zeker oudere patiënten, ontregelen. Mogelijk is de reactie van uw naaste niet zoals u hem/haar kent vanuit de thuissituatie. Hij/zij is onrustig, begrijpt u niet, geeft vreemde antwoorden en ziet soms dingen die er niet zijn.
Ook zien we vaak dat een oudere patiënt niet goed wakker is, moeilijk bij een gesprek te betrekken en inactief is. Misschien bent u geschrokken van de toestand waarin u uw naaste aantrof. Deze toestand van verwardheid heet een delier, een acuut optredende verwardheid bij de oudere patiënt.

Zie het informatieblad Acute optredende verwardheid

Infectiepreventie

Het ziekenhuis is een plek waar veel mensen samenkomen.
Een groot deel van de patiënten heeft een (tijdelijk) verminderde afweer en is daardoor meer vatbaar voor het krijgen van een infectie. Als deze infectie opgelopen wordt tijdens de ziekenhuisopname noemen we dat
een ziekenhuisinfectie.
De afdeling Ziekenhuishygiëne en Infectiepreventie (ZIP) heeft onder andere als belangrijke taak deze ziekenhuisinfecties zoveel mogelijk te voorkomen.
Tijdens uw verblijf in het MUMC+ doen wij er alles aan om u een zo veilig mogelijke omgeving te bieden.

  • Wij zien er op toe dat er hygiënisch gewerkt wordt, in een schone omgeving, waardoor de kansen op een infectie aanzienlijk verminderen.
  • We treffen maatregelen om verspreiding van (resistente) bacteriën, virussen en schimmels te voorkomen.
  • We signaleren knelpunten bij het verminderen van ziekenhuisinfecties en pakken deze aan.
  • En aan de hand van de landelijke richtlijnen zorgt de ZIP voor een zo actueel mogelijk infectiepreventiebeleid.

Afb3

Contact

Als u nog vragen heeft over een van deze onderwerpen in deze brochure, stel deze dan gerust aan de verpleegkundige of de behandelend arts.

Website

Laatst bijgewerkt op 25 november 2020